Het is een van de meest luxueuze treinen ter wereld. Wie aan boord gaat, stapt in een verhaal dat automatisch aan de sfeer van Agatha Christie en de Orient-Express doet denken. Logisch ook, het is er een broertje van. Leun achterover en geniet van de nostalgische weelde, van copieuze diners en van een vlekkeloze service.

Tip van Omnia Travel

De Grand Hibernian luxetrein, honderden kilometers slow travel at its finest.

De Grand Hibernian laat je in alle luxe genieten van het beste van Ierland. Ierland is voortdurend genieten van een prachtige ongerepte natuur, eeuwenoud land van ridders en koningen, mysterieuze kerkhoven, Vikingen en monniken. Idyllische dorpjes in het verweerde landschap van de Westkust, hippe steden vol energie zoals Dublin en Belfast, toffe festivals en traditionele pubs met live muziek. Rij door de ongereptheid van de Ring of Beara, ga fietsen langs de Wild Atlantic Way, ontdek zelf Westeros en waan je in Game of Thrones, spot papegaaiduikers aan de Cliffs of Moher, zóveel om op te noemen… Kortom, ga Ierland zelf ontdekken, het is zeker de moeite!

Omnia Travel presenteert u de 5-daagse trip “Legends and Loughs’ en combineert deze met een verblijf van 2 nachten in het 5*-luxehotel “The Merrion” in Dublin. Tijdens deze reis maakt u uitgebreid kennis met de prachtige landschappen, kastelen en culinaire delicatessen van zuidelijk Ierland en hebt u ruim de tijd om rond te kuierenen te genieten van de Ierse hoofdstad. De trein rijdt enkel overdag, zodat uniets mist van het prachtige landschap en stopt voor de overnachtingen in pittoreske stations. De Grand Hibernian, Ierlands eerste luxe-trein, kan maximum 40 gasten vervoeren. Het is de perfecte manier om in alle luxe te genieten van wat Ierland te bieden heeft. U verblijft in één van de 20 elegante privé couchettes met privé badkamer waar u alle nodige comfort ter beschikking heeft.

PRIJS
Prijs per persoon vanaf 6.090 EUR (minimum 2 personen)

PRAKTISCH
Wij reisden de populaire basistrip ‘Legends and Loughs’, een vijfdaags, vier nachten-programma. Maar het kan ook langer, met een tweedaagse uitbreiding naar Noord-Ierland: de Grand Tour. Of korter, als tweedaagse Taste of Ireland.

Dit is één reis uit de vele mogelijkheden, wenst u graag een ander voorstel

Inschrijvingsformulier Aanbiedingen - Form in Post
Sending

Of boek uw reis naar Ierland online

Grand Hibernian

Of een coupe Laurent-Perrier champagne oké is? Of liever een full high tea? Ronan Doyle, de steward, gestoken in een piekfijn herfstkleurig uniform afgeboord met Schotse ruit en met twintig jaar bartenderdienst op zijn conto, vraagt het met de vriendelijkste blik van Dublin. We bevinden ons in cabin H van rijtuig Down, een onderdeel van de amper 20 kamers tellende en 250 meter lange Grand Hibernian. Samen met de Andean Explorer, die in Peru bolt, is dit de jongste aanwinst van de Belmond hotelgroep, de nieuwe merknaam van de alom bekende Orient-Express-groep. Die heeft o.a. ook de Venice Simplon Orient-Express, de Royal Scotsman en de meer dan vijfhonderd meter lange Eastern & Oriental Express in portfolio. Deze Grand Hibernian is een ‘Orient-Express nieuwe generatie’, een 2.0-uitgave die alles tezamen negen miljoen euro investering vergde, en moet uitgroeien tot een van de roemrijkste historische treinen van Belmond, zeker daar de globale populariteit van luxetreinreizen enorm toeneemt. In tijden dat reizen razendsnel democratiseert, strandvakanties all-in zijn, vliegen gemeengoed geworden is en cruiseschepen drijvende dorpen worden, is de stylish traveller die anno vandaag grandeur zoekt, genoodzaakt steeds hoger te klimmen op de ladder. Luxetreinen dus, omwille van logistieke redenen beperkt qua aantal passagiers, dus is een hoge standaard gegarandeerd. Bovendien: geen lange wachttijden noch veiligheidscontroles voor vertrek en een zeer persoonlijke service.

Ladies and gentlemen

Stipt om half drie ‘s middags zijn we discreet uitgewuifd uit Heuston Station in Dublin, nadat de 35 reizigers elkaar twee uur eerder in stijl hebben leren kennen in het Westbury hotel en per bus naar het station reisden. En binnen pakweg drie uur zullen we arriveren hartje Cork. Het programma voor de volgende vijf dagen is eenvoudig: naast de voorziene sightseeing-excursies –minimum één per dag– wordt het voltijds genieten van de cadans van de rijtuigen, en keren we terug naar een tijd toen dresscodes nog gerespecteerd werden. Een tijd toen zeventig kilometer per uur nog als snel werd ervaren, en landschappen nog geuren hadden.

De trein der traagheid

Hogesnelheidstreinen zijn een zegen. Brussel-Parijs in minder dan negentig minuten: fantastisch.

Maar het kan ook anders. Met trage treinen reizen is een les in geschiedenis en vooroorlogse luxe, gelardeerd met verrassende ontmoetingen. Geen historische luxetrein spreekt zo tot de verbeelding als de exclusieve Orient-Express, de pauw onder de treinen, een superlatief op sporen, het nec plus ultra qua treinreizen. Vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw verbond de Orient-Express bijna honderd jaar lang Parijs met Istanbul. Alle grote staatshoofden van Europa en het Ottomaanse Rijk hebben ooit de benen gestrekt, de vlinderstrik geknoopt en een sigaar gerookt op deze legendarische trein. Wie voor de nieuwste variant opteert, komt dan in een van de 20 couchettes van de Grand Hibernian terecht, met zestien personeelsleden die de maximum 40 gasten op hun wenken bedienen. En vergis je niet: de Grand Hibernian werd pas in augustus 2016 ingehuldigd. Die jonge leeftijd zou je de trein niet geven. Het minutieuze ontwerp is afgestemd op de touch and feel van de Orient-Express, alleen telt elke kamer twee vaste bedden, in tegenstelling tot de populaire Aziatische E&O bijvoorbeeld, waar de bedden omgebouwde zitbanken zijn: overdag salon, ‘s nachts slaapkamer. “In de Grand Hibernian hebben we het anders aangepakt”, zegt de perfect in het pak gestoken treinmanager JP Kavanagh. “De kamers zijn er vooral om te slapen, de grote barwagon en de twee restaurant wagons fungeren als publieke ruimte. En we doen veel excursies! Ook opmerkelijk is dat deze trein ‘s nachts stilstaat. We zijn zo georganiseerd dat we ons elke avond na het diner ergens op een zijspoor kunnen zetten om de passagiers een rustige nacht te garanderen.”

Kasteeltje op wielen

Wat een klasse ademt deze nostalgische trein! De wanden zijn stijlvol bewerkt en overal vind je het gepersonaliseerde logo terug (een Keltisch symbool) dat ook buiten op de diepblauwe wagons –midnight blue heet die kleur in het jargon– blinkt. Het tapijt is hoogpolig en met de hand getuft. De gordijnen werden verrijkt met borduursels die je anno vandaag nog amper kunt vinden, laat staan bekostigen. De rijtuigen werden gebouwd in de jaren tachtig voor de Ierse spoorwegen en van hen overgenomen omdat ze daardoor al conform waren aan de landelijke spoorbreedte. Ze werden door 60 vaklui compleet omgebouwd (goed voor 35.000 werkuren) en finaal gedecoreerd met 56 kunstwerken van negen verschillende Ierse artiesten. Ze beantwoorden op vele vlakken aan de normen van een hedendaags vijfsterrenhotel en het personeel is zelfs beter getraind dan dat van vele zogenaamd high-end hotels.

Wie zich zwalpend een weg naar de bar baant, wordt altijd wel ergens onderweg opgemerkt door een steward. “Good morning, good afternoon, good evening, good night!” Oog voor detail primeert. Na de eerste ochtend weet men hoe je bij voorkeur je koffie drinkt. En je wordt al heel snel aangesproken met je naam. De privévertrekken hebben allemaal hun eigen toilet en douche, met krachtig stromend koud en warm water. Bvlgari levert de badproducten. Iedere cabine bevat twee eenpersoonsbedden. Die worden elke avond door je steward met perfect gestreken lakens gedekt. De kussens zijn zacht en dik, pantoffels en een kamerjas liggen klaar. De steward informeert ook nog om hoe laat je het ontbijt wenst. Alleen het bordspel Cluedo ontbreekt. Zes verdachten, wie is de moordenaar?

Het gouden tijdperk herleeft

“Good evening, dear travellers”: de Ierse treinmanager JP Kavanagh, met z’n clipboard onder de arm, doet het in stijl. Vanmiddag al, toen een bonte verzameling savoir-vivre-passagiers neerstreken in het roemrijke Westbury Hotel, waar de incheckprocedure plaatsvindt –kopje thee in de hand, uiteraard– had hij geïnformeerd naar onze dinerdetails. In functie van de voorkeuren worden de tafels aangeboden. Deze zijn gedekt met gesteven linnen, zilveren bestek, porselein en kristal dat met een monogram is veredeld. Net als de servetten, de menu- en wijnkaart. Iedereen is in formele kledij; jawel, een dresscode is van tel maar niet versmachtend. Jacket and tie wordt gewaardeerd. Avondkledij, zoals op de iconische Orient-Express, wordt hier achterwege gelaten. We voelen ons als Ian Fleming die in de goede oude tijd door de heuvellandschappen reist en ideeën opdoet voor zijn nieuwe James Bond-roman. Met de blik van Fleming bekijk je de overige gasten. Wat zou Bond doen? Nog een Martini bestellen, zeker weten! Chef-kok Alan Woods weet met zijn second chef Domogoj Matanovic vier- en vijfgangenmenu’s samen te stellen die probleemloos met ‘landkeukens’ kunnen concurreren. Alles wordt à la minute vers bereid. De twee kombuizen waarin deze wonderen voor alle gasten worden bereid, zijn net groot genoeg om je te kunnen keren. En loeiheet. Speciale dieetwensen vormen geen probleem; zowel vegetariërs als glutenallergische reizigers worden smakelijk op hun wenken bediend. De trein heeft enkele voorraadkamers aan boord en ook een enorme koelkast reist mee. Maar vele producten worden pas onderweg, aan een van de stations, ingeslagen. Daar staan de hofleveranciers dag en nacht klaar om hun waren in te laden. Bij sommige haltes glipt ook een schoonmaakploeg aan boord. Omdat de opslagruimte in de trein beperkt is, worden alle benodigdheden heel precies uitgerekend. Na elke maaltijd zit de restauratiewagen vol met calculerende obers. Ze werken lijstjes af, vinken stock aan, bellen bestellingen door. Maar voor verse bloemen, ijsblokken en proper water hebben ze sowieso vaste bevoorradingspunten. Ook al heeft elke wagon een reservoir van 1500 liter.

Schudden en schokken

Tijdens het ochtendlijke tandenpoetsen kom ik onzacht in aanraking met het handdoekrekje. Treinromantiek: je moet er wat voor over hebben! Het deed even pijn, maar het was wel een rekje van de Grand Hibernian, troost ik me. De ene keer rijdt de trein op een verhoogd, enkelvoudig spoor door de Ierse velden, de andere keer doorkruis je, niet zonder gêne, de achtertuin van een dorpje. Soms kun je vanuit je treinraam in de keuken van de inwoners kijken. Maar vooral de sfeer is fijn. Velen wuiven en lachen naar de opgeblonken rijtuigen. Voor de reizigers is het imponerend om de landschappen te zien voorbijschuiven, voor de bewoners geldt het omgekeerde: ze vinden de trein indrukwekkend. In alle rijtuigen is het fris, ook in de restauratiewagens. Airco… onontbeerlijk. Toch is het prettigste rijtuig de bar annex panoramawagen, observation car gedoopt en luisterend naar de naam Kildare, die helemaal achteraan hangt. Het zijn vrijwel altijd dezelfde passagiers die, weggezakt tussen de kussens en genietend van een goed boek, van een gin tonic nippen, leren we. Dit zijn de échten.

Dans en vermaak

De eerste avond werd gestopt in Cork Kent Station voor een privébezoek aan de Jameson Distillery, een gereputeerd whiskeyhuis dat de gasten van de Grand Hibernian ontvangt net na de officiële sluitingstijd, zodat ze het domein voor zich alleen hebben. Hier in The Old Distillery in Midleton op een boogscheut van Cork leren we dat er dagelijks de inhoud van zowat 30.000 flessen vaporiseert. Er wordt ons zowel een horizontale (door het gamma) als een verticale (door de jaargangen) proeverij aangeboden, wat het hongergevoel alleen maar aanscherpt. Daar weten ze anderhalf uur later goed weg mee in wagons Sligo en Wexford, terwijl buiten hard zonlicht na een Ierse zomerbui de weidse velden goudgeel kleurt, een patchwork van kleuren alsof we door de catalogus van een verffabrikant sporen. Leuk detail is dat de tafels in de lengte van de trein staan. Zo ziet iedere passagier ook steeds het landschap door de panoramische vensters.

James, zet de trein klaar!

De tweede dag wordt ‘s voormiddags gestopt voor een bezoek aan Blarney Castle. Ook hier ontvangt men ons privé, een halfuur voor de roemrijke tuinen om negen uur stipt publiekelijk de deuren openen. Het was vroeg dag, want we hebben er al een stijlvol ontbijt opzitten en vanuit het station was het toch nog een half uurtje bus. Die bus is ook zo’n typisch Belmond-extraatje. Ze volgt het parcours van de trein zodat je tijdens elke excursie over je eigen vertrouwde vervoer beschikt. “Zo vermijden we kwaliteitsverschillen en beperken we eventuele logistieke fouten”, zegt de assistent-treinmanager Michael McCarthy daarover. In het ochtenddauw legt gids David ons uit dat het hier allemaal rond een steen draait die moet gekust worden. Ach, legendes.

Omdat wij liever echte mensen kussen, opteren we voor tea and scones in het zomerhuis van het kasteel, waar de tijd is blijven stilstaan. Verstoft en wuft, maar gids David is de extase nabij. Na de lunch glijdt de trein in een soort trance. De zetels in de bar zijn van een uitgelezen raffinement: eens gezeten, geraak je er nog maar moeilijk uit. En dat wellustig ratelen klinkt heerlijk. Hoe goed je meegebracht boek ook is, de cadans werkt slaapverwekkend. “Ik denk dat sommige passagiers overdag meer slapen dan ‘s nachts”, zal ober Hazel Keane later fijntjes opmerken. Het zal niet de eerste keer zijn dat zij met haar dienblad voor een gesloten deur staat. In een wereld waar je Ierland in één uur overvliegt, is train-journeying een mooie les in rust en verplichte onthaasting. Deze trein draait niet om snelheid. De Grand Hibernian slingert door de Emerald Hills richting Killarney aan de boorden van Lough Leane. We boarden de ‘Lily of Killarney’, de beste boot van het meer en integraal afgehuurd voor ons 35-koppig gezelschap. Voorzien van een perfect op temperatuur geschonken glas Laurent-Perrier cruisen we deze postkaart af, opgeluisterd met live-muziek. “In deze trein is geen dokter aan boord, maar genoeg barpersoneel”, zal de meereizende lokale gidse daar fijntjes en glimlachend over opmerken terwijl ze genietend van de bubbels nipt. “Dit is telkens mijn beste namiddag van de week.” De weg terug naar de trein gaat in lokaal vervoer, per paard en koets, hier jaunting cars genoemd. Hoeveel exclusiviteit kan een mens op één dag ervaren?

The good old days

’s Avonds gaan we tijdig aperitieven. De sfeer in de bar, met live-muziek na het diner, ademt grandeur zonder erover te gaan: geen decolletés zo diep als de Grand Canyon, geen knoerten van gouden horloges. Drinken op een schommelende trein is niet alleen voor de serverende obers een huzarenstukje (goed mikken is de boodschap!), maar is ook voor de reizigers een regelrechte uitdaging. Nu en dan zie je wel iemand zo onopvallend mogelijkmet een doekje de kin proper maken. Bij alweer een coupe de champagne raken we in gesprek met treinmanager JP Kavanagh en leren dat tot de helft van de gasten Amerikanen zijn, op de voet gevolgd door de Britten. “Treingek, hé”, lacht JP. Daarna volgen een bonte mix Europeanen en de rest van de wereld. “Niemand zit hier per ongeluk”, vertelt JP Kavanagh. “Iedereen heeft wel een goede reden, meestal een speciale gelegenheid. Onze gasten zijn meestal goed bereisd en hoeven zich niet te bewijzen. Ze praten niet over geld, ze zijn niet gefocust op hotelsterren omdat zulke treinen een klasse op zich zijn. Bovendien heerst er een vrienden-onder-mekaar-sfeertje, aan boord zitten geen vreemden maar mensen die je nog niet kent.” Hij knipoogt. “Bon appétit, Messieurs Dames!” Dat zijn Sint-Jacobsschelpen met chenin blanc uit de Kaap, eendenborst met pinot noir uit Californië en een appeltaartje met kaneelijs geëscorteerd met een Duitse Riesling. Oh ja, champagne is er 24/24u. Op eenvoudig verzoek.

Over details moet je niet wakker liggen

Met formaliteiten hoeven de passagiers zich hier niet bezig te houden. Die rompslomp neemt de trein op zich. Het versturen van ansichtkaarten bijvoorbeeld –voor de vintage-freaks, retropostkaarten met een luchtfoto van de trein trouwens– moet je je niet aantrekken. JP takes care of everything. We willen deze reis kunstmatig vertragen, op de rem staan, maar dat gaat natuurlijk niet, dus genieten we intens. Na alweer een fantastisch ontbijt terwijl The Grand als een slang door de westkust kruipt en een opkomende zon de restaurant wagons in kaleidoscopen van rood en geel licht tovert, wordt na een relaxing voormiddag aan boord –net zoals schepen moeten varen, dienen treinen om te bollenhalt gehouden in Galway, Ierlands tweede stad. Vandaag eten we buitenshuis in een historische pub en neemt gidse Fiona ons daarna op sleeptouw door de winderige havenstad, die wemelt van straatmuzikanten. En daarna is het alweer een culinair feest, afgerond met twee lokale storytellers.

Over valken en koninginnen

Ierland zou Ierland niet zijn als we de paraplu’s niet moesten bovenhalen. We ontmoeten Kylemore Abbey -het klooster van het grote bos- onder een druilende mistregen die het geheel alleen maar authentieker maakt. Vanuit Westport heeft onze vertrouwde bus -waarin iedereen ondertussen zijn eigen hoekje gevonden heeft- ons dwars door County Mayo gevoerd en nu luisteren we naar de waanzinnige historiek van dit complex. Ooit gebouwd door een zakenman voor de liefde van zijn leven, maar dat verhaal eindigde tragisch toen de vrouw, enkele jaren na het voltooien van het bouwwerk, op 45-jarige leeftijd overleed. Haar mausoleum staat in de tuin. In 1920 trokken er Benedictijnenzusters uit Ieper in. Die waren op de dool nadat hun abdij vernield was tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ondertussen is de plek uitgegroeid tot een gereputeerde school, het kasteel zelf wordt als museum geëxploiteerd.

Lunchen doen we ook vandaag buitenshuis, niet in een pub, maar in de George V-eetzaal van Ashford Castle, vorig jaar door een Amerikaans reisblad uitgeroepen tot het beste hotel van Ierland. Dit kasteel uit 1228 in het hart van de Connemara behoort tot de Leading Hotels of the World en de in jacket gestoken staff serveert de voorziene wijn van de Rothschild-wijngroep met de witte handschoen. Amper bekomen van bediend te worden als lords en ladies, nemen we plaats in racing-green gespoten Range Rovers die ons brengen naar de valken. Daar maakt een peloton verzorgers ons wegwijs in het leven van deze getrainde dieren en nodigen ons meteen uit om met hen op wandel te gaan. Wanneer we nagenietend terug op het perron van Westport staan, wacht de treincrew ons op met oesters en Guinness. Doseren is de boodschap, want chef Alan Woods –de man kookte voorheen in een Michelin-eensterrenrestaurant- lijkt alweer in grote doen.

Verslavend, jawel

We bekennen: er gaat iets verslavends uit van de Grand Hibernian. De laatste uren van de tocht, wanneer we opnieuw richting Dublin sporen, brengen we dan ook in onze geliefde barwagon door. De onberispelijke service van de ober die de laatste whiskey serveert, is onbeschrijflijk. Persoonlijk wordt hier persoonlijk genomen. Elk label dat we de voorbije vijf dagen proefden, heeft hij in zijn geheugen zitten. Of we ter afronding eventueel nog een glaasje van onze favoriete Nieuw-Zeelandse sauvignon blanc beogen? Of wat kaas bij de Ierse whiskey? Klokslag volgens het schema schokt de Grand Hibernian Heuston Station binnen. In het mierennest van pendelaars heeft bijna niemand oog voor de diepblauwe spoorlady, maar dat laat de crew zich niet aan het hart komen. Aan het eind van het perron wordt de loper uitgerold en stelt de crew zich op in een erehaag. Voor de souvenirfoto, maar ook voor een welgemeend ‘Thank you and goodbye’. Gelijkgezinden die mekaar welgemeend recht in de ogen kijken nemen afscheid; want niemand kwam stommelings in deze trein terecht. Naar deze reizen verlang je, ze worden diep vanbinnen geboren, borrelen op… En op het juiste moment doe je dat, met de juiste partner. Een lieve dame op leeftijd kan maar moeilijk afscheid nemen en geeft ieder crewlid een zoen, onze Schotse buurvrouw in de wagon, pinkt zelfs een traan weg… “My god, I love this train”, horen we een Amerikaans koppel elkaar toespreken terwijl ze haastig, vluchtend voor de drukte, in een wachtende geblindeerde hotellimo duiken. Zullen wij straks ook de cadans missen? Dat is een understatement.