//Oman, onwaarschijnlijk oppermachtig – On the road

Oman, onwaarschijnlijk oppermachtig – On the road

Machtige bergen, grasgroene wadi’s, een saffraangele woestijn, verlaten stranden en een bijzonder gastvrije bevolking. Het sultanaat Oman biedt gegarandeerd exotisme in een sensationeel, authentiek fortendecor. Welkom in het Milde Oosten.

Tip van Omnia Travel

Authentiek Oman. Laat u meeslepen door dit mysterieuze land!

Ga per 4×4 op avontuur in het authentieke Oman. Nadat u de hoofdstad Muscat met zijn paleis, soek en museum achtergelaten hebt, gaat u op ontdekking in het binnenland. Bezoek het schilderachtige Nizwa met zijn soek en fort. Deze stad is volledig omgeven door palmbomen. Ontdek in Sur hoe de dhows, de traditionele zeilschepen, nog altijd volgens de eeuwenoude traditie gemaakt worden. Ga op avontuur in de duinen van Wahiba Sands en neem een frisse duik in één van mooie wadi’s. Met deze reis geniet u gegarandeerd van dit mysterieuze land en maakt u kennis met de gastvrije Omani.

PRIJS

  • Vanaf 1.460 EUR per persoon op basis van een 2-persoonskamer met ontbijt en inclusief diner in het Desert Nights Camp
  • Privétransfer bij aankomst naar het Park Inn Hotel
  • Vanaf dag 2 een 4×4 voor 6 x 24 uur inclusief 1.200 km, CDW en pick-up en drop-off kosten
  • Vluchten niet inbegrepen

ACCOMMODATIES

  • 1 nacht Park Inn Hotel Muscat
  • 1 nacht Turtle Reserve (tented camp), Ras al Jinz
  • 1 nacht Desert Nights Camp (tented camp), Wahiba Sands
  • 2 nachten Golden Tulip, Nizwa
  • 1 nacht Kempinski hotel of Chedi hotel, Muscat

Bovenstaande is een indicatie. Uiteraard werken wij met veel plezier een op maat gemaakte offerte voor u uit. Prijzen zijn afhankelijk van het ogenblik van reservatie en onder voorbehoud van beschikbaarheid.

Dit is maar één reis uit de vele mogelijkheden, wenst u graag een ander voorstel

Inschrijvingsformulier Aanbiedingen - Form in Post
Sending

Of boek uw reis naar Oman online

Huurauto boeken

Praktisch

Klimaat: Redelijk spectaculair. Strand en zee langs bergen en woestijnen met een onklopbaar aantal zonuren. Met een warm en droog klimaat is Oman met 20 à 25 graden tijdens onze donkerste maanden een topwinterbestemming. Van juni tot september is het er loeiheet (tot 45 graden) en kurkdroog. Raar maar waar: in het diepe zuiden –provincie Dhofar tegen de grens met Jemen- kent men in die zomerperiode een Aziatisch moessonseizoen. De globaal aanbevolen reistijd loopt van oktober tot april.
Overnachten & transport: Typische Midden-Oosterse, schreeuwerige luxe in de hoofdstad, relatief eenvoudig in het binnenland. Let wel: er wordt druk gebouwd en talrijke nieuwe hotels openen de deuren. Wie avontuurlijk aangelegd is, en voor wie tijd geen rol speelt, kan per 4×4 reizen. Aanrader is echter een georganiseerde reis te boeken, ook al hoeft dat uiteraard geen groepsreis te zijn. Continu beschikken over je eigen gids/chauffeur kan in Oman voor een zacht prijsje.
Etiquette onderweg: Hier word je niet voortdurend benaderd (lees: lastiggevallen) of hoef je er niet constant aan herinnerd te worden dat iedereen hier aan jou een centje wil bijverdienen. Oprechte vriendelijkheid, verdraagzaamheid en gastvrijheid zijn hier de regel. En ook al dragen vele vrouwen een masker, dat wil niet zeggen dat ze niet aanspreekbaar zijn. Alleenreizende vrouwen, families met kinderen… Oman is voor iedereen relaxed bereisbaar. Hier wordt de openheid uitgespeeld. Wie formeel respect wil uiten, draagt noch shorts noch mouwloze bovenkledij – iets wat zeker voor vrouwen geldt.
Weetjes: Amper plus drie uur tijdsverschil in de wintermaanden. Munteenheid: de rial. Hotels en hedendaagse handelszaken aanvaarden kredietkaarten. In de soeks wordt contant geld verwacht. Elektriciteit: 220 V met Britse stopcontacten, het kraantjeswater is drinkbaar.

Oman

De in spierwit dishdash-woestijnkleed gehulde gids zet een flesje mierzoete Mountain Dew-frisdrank aan de mond. Z’n Ray Ban schittert in het felle zonlicht, in z’n linkerhand koestert hij het nieuwste model Nokia-gsm. De zware V8-motor van de Toyota Land Cruiser-terreinwagen laat hij draaien, altijd en overal, zélfs als hij bijtankt. Airco, weet je. Maar benzine is hier dan ook goedkoper dan water. Geen twijfel mogelijk: ik ben gearriveerd in Oman, een tot voor kort totaal onbekend sultanaat aan de zuidoostkust van het Arabische schiereiland. Aan drie kanten wordt het begrensd door de oceaan. Aan de vierde zijde wordt het ingesloten door de woestijn. Amper dertig jaar geleden bevond dit stukje Arabië zich nog in de middeleeuwen. Sindsdien, en dan vooral de laatste tien jaar, heeft het een megasprong naar de toekomst gemaakt. En dan hebben we het niet enkel over een vlot dekkend mobiel netwerk, maar ook over gezondheidszorg, onderwijs, accommodaties en een interessante, pas ontluikende toeristische infrastructuur. Het was schrikken gisteravond op de brede Sultan Qaboos-autoweg die de luchthaven verbindt met het hart van de hoofdstad Muscat. Even waande ik me in het protserige, van Prada en Dior vergeven Dubai, ook al ontbrak daarvan het essentiële bestanddeel: wolkenkrabbers. Wel op het appel: schreeuwerige reclameborden, flitspalen, felverlichte hamburgerrestaurants, immense rotondes met nog grotere fonteinen, en veel dure auto’s. Had ik me vergist? Glijdt ook dit olieland af naar mondaine pronkzucht en ijdelheid, een fata morgana van een fantasieland dat eigenlijk niet bestaat? Vanochtend denk ik daar alweer anders over. In de versleten vismarkt aan de oude haven doen Omani’s hun inkopen. Er wordt zwaar onderhandeld over de prijs, en wanneer de deal gesloten is, verdwijnt het geld razendsnel onder een kumma, het hoedje dat tot het uniform van iedere mannelijke inwoner van dit land behoort. Die handeling is een verwijzing naar het islamitische Afrika, de geografische roots van het hoofddeksel. “Zo gebeurde het hier vijftig jaar geleden, en zo gebeurt het nu nog”, zegt gids Ammar. “Muscat heeft dan misschien wat verwesterde hoofdstadtrekjes, tien kilometer verder beland je op plekken waar de mens slechts een figurant is, puur natuur.” Ook in de aangrenzende soek is het al authenticiteit wat de klok slaat: afdingen tot de laatste rial. En in de koffiehuizen lurkt men aan de shisha, de borrelende waterpijp, zoals men dat al eeuwen doet. Alhoewel: het mobieltje dat ze aan hun oor houden, is nieuw. “Een speeltje dat hooguit wat kleur geeft aan het leven”, relativeert Ammar. “Onder de hippe vernislaag blijft alles zoals het al eeuwen is. Wacht maar, je zal het wel merken wanneer we deze namiddag het binnenland intrekken…”

Van het verleden snel naar de toekomst

Sinds Qaboos bin Said zijn conservatieve vader in 1970 van de troon stootte, leidde deze jonge, wereldse sultan zijn land de twintigste eeuw in, en vervolgens in één ruk door ook de eenentwintigste eeuw. Oman is niet alleen een van de weinige Arabische landen met een parlement, het kent zelfs vrouwelijke parlementsleden. En elk jaar trekt de nu bejaarde sultan in een tent door het land om te praten met zijn volk, te luisteren naar de stem van de woestijn. Qaboos wordt dan ook op handen gedragen door zijn volk, al permitteerde hij zich twaalf jaar geleden wel een kleine uitspatting. Vlak buiten Muscat liet hij in het millenniumjaar een immense moskee bouwen, heel subtiel vernoemd naar hemzelf. De sultan is dan ook een vroom moslim. Onder een luchter van acht ton, met miljoenen Swarovski-kristallen, kunnen zowat achtduizend gelovigen bidden op het grootste tapijt ter wereld. Dat laatste is een vloerbedekking van 21 ton bestaande uit 1700 miljoen knopen, waar zeshonderd vrouwen vier jaar lang aan gewerkt hebben. Buiten is er nog eens plaats voor veertienduizend gelovigen extra. Het kostenplaatje van deze gebedsplaats – opgetrokken uit 300.000 ton zandsteen die uit India werd ingevoerd – zou ergens rond de vijftig miljoen euro draaien. “De sultan houdt niet van half werk”, knipoogt Ammar wanneer we de vierkante moskee betreden. Speciaal voor de bezoekers werd een blauwe loper geïnstalleerd van waarop ik de pracht en praal mag aanschouwen. En zo vrijwaren ze het meesterwerk van vuile voeten.

Forten, geweren en een dolk

In Muscat kunnen ze dan wel bidden met veertienduizend in één ruimte, het Bait Al Zubair Museum, het nationaal erfgoedmuseum, is niét echt berekend op grote groepen. Ooit was het een privéwoning die drie verschillende sultans tijdens hun ministeriële en adviserende periodes onderdak verschafte. In 1998 werd het opengesteld voor het grote publiek en sindsdien kuieren meerwaardezoekers er langs de schilderijen, vergeelde portretten, kasten vol vierkant geld – een wereldprimeur – en lades vol pistolen, revolvers en geweren. “Wapens zijn altijd al natuurlijke accessoires geweest in de turbulente Arabische wereld”, vertelt conservator Aarif bin Mahmood. “Zo steekt tussen de riem van elke zichzelf respecterende man nog steeds een khanjar, de kromme dolk die ook een prominente plek heeft in de vlag. En je moet straks niet opkijken als op een lokale markt een karabijn van hand tot hand gaat. Ze aanbidden dat zoals een autoliefhebber naar de nieuwste Ferrari kijkt.” Na een spotgoedkope lunch, waarbij de locals steevast met de rechterhand en zonder bestek eten – en ondertussen wild smakkend kenbaar maken dat het smaakt – mag Ammar zich even uitleven. Over de nieuwe snelweg, met een wegdek als een biljarttafel, geeft hij de benzineverslindende terreinwagen de sporen. Als ik hem vertel dat wij vooral met kleine, dikwijls nog dieselwagens rondtuffen, komt hij amper bij van het lachen. “Diesel is hier gereserveerd voor vrachtwagens”, merkt hij langs de neus weg op. Tot ik hem vertel dat wij de benzine zesmaal duurder betalen. En dan wordt het even stil.

The sounds of silence

Oman mag dan graag de ecologische kaart van de toekomst trekken, vooral hun nog erg levendige verleden zal menig reiziger bekoren. De scheepsbouw van een dhow, de traditionele houten boot, is zo’n eyecatcher, ook al moet het arbeidsintensieve werk met overheidssubsidies in stand gehouden worden. Wanneer ik de werf in Sur binnenwandel, valt me meteen het gebrek aan grote apparatuur op. En de rust. Hier geen immense kranen of spitstechnologie, lawaai van slijpschijven en lasposten, maar alleen een eenvoudige schrijnwerkerij en het geklop van hamer en beitel. “Iedere dhow is honderd procent handwerk op hoog niveau”, legt Ammar uit.

Groen, groener, wadi

Je hebt Oman niet bezocht als je niet hebt gebaad in een wadi. Dat is de naam voor de kilometerslange kloven met steile wanden en bizarre rotsformaties waarin paradijselijke riviertjes en grote palmbomen het landschap domineren. Een van de bekendste groene oases is Wadi Tiwi, en niet zonder reden. Bij de ingang wordt Ammar meteen geconfronteerd met de kracht die de wadi vorm heeft gegeven: water. En dat heeft gisteren, tijdens een totaal onverwacht maar genadeloos hevig onweer, de weg weggespoeld. We laten de 4×4 achter en volgen met opgerolde broekspijpen twee kinderen die als lokale gids optreden en ons via de minst diepe plaatsen zonder al te veel stroming naar de oase zullen begeleiden.

Met volle snelheid de zandbak in

Laatnamiddag belooft Ammar mij een andere oase, één van woestijnluxe. Maar eerst gaan we op bezoek bij de bedoeïenen, het ruige woestijnvolk dat leeft volgens de eeuwenoude regels van de natuur. Ze moeten wel; het is de enige manier om te overleven in een omgeving waarin amper iets groeit. Wanneer ik de tochtige, kamelenharen tent betreed, herinner ik me weer de welkomstwoorden van Ammar: “Oman zal je onderdompelen in een fascinerende en ongerepte cultuur.” Gealarmeerd door onze terreinwagen, dragen moeder en dochter het traditionele gezichtsmasker, ook al mag ik na even aandringen toch enkele portretfoto’s maken. Ik drink koffie en eet enkele dadels. Behalve een geit en twee verdwaalde kamelen is er verder niemand thuis. Eerlijk: ik voel me wat onwennig om met twee à la ‘Eyes Wide Shut’ gemaskerde dames het vieruurtje te delen. Gelukkig treedt Ammar op als blikvanger. “Iedere westerse bezoeker reageert onzeker”, zal hij me achteraf vertellen. Terwijl buiten een ondergaande zon de heuvels van de Wahiba Sands-woestijn diep oranje kleurt, rijden we de laatste twintig kilometers. Een tocht over een onmetelijke zandvlakte (tachtig procent van Oman is woestijn) met duinen van wel honderd meter hoog. Het decor maakt indruk: een schier oneindige wereld van goudgeel zand die nog maar eens onze nietigheid bevestigt. Een half uurtje later sta ik in het kamp, en dat terwijl ik altijd al wegdroomde van 1001 nachten en de koningin van Sheba. Wat zou er trouwens met die laatste nacht gebeurd zijn? Het woestijnkamp is niet meer dan een verzameling tenten opgebouwd uit donkerbruine, zware juten doeken. Het lijkt wel alsof ze een resem luxueuze aardappelzakken aan elkaar gestikt hebben. Binnen staat een leuk houten bed en in een aangemetst openluchtbadkamertje kan je douchen. Let wel, uitsluitend met koud water. Misschien maar goed ook, want binnen overstijgt de temperatuur de veertig graden. Ik denk slim te kunnen zijn en gooi de ganse constructie wagenwijd open, maar dat duurt net zolang tot de woestijnwind opsteekt en m’n tent herschapen wordt in een zandbak.

Wierook en kokende olie

‘Omani’s bouwden geen huizen, maar forten’, luidt de legende, meestal door lokale heersers om zich te beschermen tegen rivaliserende stammen, die zich soms niet veel verder dan net over de bergkam ophielden. Vooral de hoofdstad Muscat krult als een lang wit lint rond tientallen okerkleurige forten. Maar het pronkstuk staat in Nizwa, een van de oudste steden van Oman. Het vormde ooit een centrum voor handel, religie, onderwijs en kunst. En haar Jama, de grote moskee, was vroeger hét centrum voor de islamitische leer. Nizwa lijkt wel een mediterrane stad, inclusief palmtuinen en bloeiende rozelaars. Het fort, een zeventiende-eeuws bolwerk, moest de natuurlijke rijkdom en strategische ligging van de stad – inclusief een belangrijke markt – vrijwaren. Romantisch. Alhoewel… Ammar maakt me meteen duidelijk dat de kleine gaten boven de toegangspoort dienden om kokende olie naar beneden te gieten, een oorlogskunstje dat werd afgekeken van de Portugezen. Van een warm welkom gesproken.
2019-01-17T10:38:43+00:00Tags: , |

Welkom op onze website