//Tanzania: de spectaculairste dierenmigratie – On the road

Tanzania: de spectaculairste dierenmigratie – On the road

De meest noordelijke strook van Tanzania, aan de grens met Kenia en met de Kilimanjaro als hoge oppergod, is een schitterend decor voor wie van weidse safari’s met een massa beesten houdt, maar evengoed wil proeven van authentieke culturele ervaringen. Jambo!

Tip van Omnia Travel

Een safari in Tanzania bezorgt u een unieke reiservaring!

De adembenemende landschappen, rijk wildleven en het warm contact met de lokale bevolking. Kortom, dit land beschikt over alle ingrediënten die je een onvergetelijk avontuur bezorgen. Maak zelf van dichtbij kennis met deze unieke safari bestemming. Omnia Travel presenteert u een 7-daagse authentieke safari vol afwisselende landschappen en wildleven. Geniet van de migratie in de Serengeti, de Big Five in de Ngorongoro krater en de zeer indrukwekkende Mount Kilimanjaro. Deze reis is een unieke en toch betaalbare “Out of Africa” belevenis.
Overnachten doet u in tentenkampen en lodges.

PRIJS
Prijs per persoon vanaf 2.787 EUR op basis van 2-persoonskamer en 4×4 jeep met privégids/-chauffeur (Engels –of Franstalig). Prijs gebaseerd op vluchten met KLM, met vertrek uit Brussel (in de goedkoopste klasse “V”).

ACCOMMODATIES
Kia Lodge***, Bashay Rift Lodge****, Olduvai Camp, Grumeti Hills***.
Wenst u deze prachtige safari te verlengen meteen rustgevend strandverblijf op Zanzibar?
Wij maken graag een voorstel op maat.

Dit is één reis uit de vele mogelijkheden, wenst u graag een ander voorstel

Inschrijvingsformulier Aanbiedingen - Form in Post
Sending

Of boek uw reis naar Tanzania online

Huurauto boeken

Tanzania

TANZANIA – volledige naam: Verenigde Republiek Tanzania – is een onafhankelijk land in Oost-Afrika. Het land grenst aan Congo-Kinshasa, Rwanda en Burundi in het westen; Oeganda en Kenia in het noorden; en Mozambique, Malawi en Zambia in het zuiden. De hoofdstad is Dodoma, maar de grootste stad is Dar es Salaam. Het is een republiek met een federale structuur. In 1992 werd een meerpartijenstelsel en een vrijemarkteconomie ingevoerd. De munteenheid is de Tanzaniaanse shilling. Waarnemers noemen Tanzania het land van de stille revolutie. Oost-Afrika boomt, de regio lijkt wel immuun voor de wereldwijde crisis.
Op toeristisch vlak is Tanzania een van dé top-safarilanden. De parken zijn groot en groots, rijkelijk voorzien van wild. Toerisme speelt een zeer belangrijke rol, hoewel het absolute aantal bezoekers vrij bescheiden is, vier keer minder dan buurland Kenia.
Beste reistijd: Tanzania kan je theoretisch het gehele jaar bereizen. Maar het noorden van Tanzania kent een regentijd van half maart tot eind mei, en deze maanden zijn minder gunstig om op safari te gaan. Van juli tot oktober is het droogseizoen, en dus ideaal om door het noorden te reizen, evenals de maanden december tot maart. November kan geplaagd worden door een kort regenseizoen.
Weetjes: Je visum koop je bij aankomst op de luchthaven. Malariamedicatie is een must, net als de basisinentingen. Een vaccin tegen de gele koorts is ook sterk aanbevolen.

Karibu, karibu! Hello, Sir. Habari gani? How are you? Er zijn gewone dagen, en er zijn Afrikaanse dagen. Gisteren zijn we in complete duisternis geland op Kilimanjaro Airport, waar de Boeing als het ware integraal condenseerde van het temperatuursverschil. Na een frisse pint en een korte nacht in een sympathieke lodge naast de luchthaven, zaten we vanochtend al vroeg in een aftandse Land Cruiser richting hoogste berg van Afrika: de Kilimanjaro. In het ochtendgrijs toont die zich nog niet, maar niets is wat het lijkt: als een groot spook loert hij om de hoek. De berg steekt immers ruim vijf kilometer boven zijn omgeving uit en is daarmee ook de hoogste vrijstaande berg ter wereld. We zijn onderweg naar Olpopongi, een Maasai-dorp aan de voet van de berg, in the middle of nowhere. Het verkeer is hels, zoals overal in Midden-Afrika. Motors, trucks, jeeps, honden, koeien en geiten, voor elke centimeter wordt gevochten. Maar onder het motto dat goede wagens alleen door goede chauffeurs gereden worden, laten we de chaos pragmatisch over ons heen gaan. Het gevoel is dubbelzinnig. Enerzijds voelen we ons de blanke koloniaal die een dorp bezoekt, anderzijds zijn we enorm nieuwsgierig om 24 uur met de stam te kunnen optrekken, het woud in te gaan, het kampvuur te delen, de nacht in een boma(huttendorp) door te brengen en ’s morgens samen met de kippen op te staan om oploskoffie te drinken. “Supai molelian, supai molelian”, roept Kimani. “Het dorpshoofd heet jullie van harte welkom”, vertaalt de chauffeur. We naderen het middaguur en de zon stijgt vervaarlijk hoog boven de horizon uit. Samen met de chef – al gebruikt hij dat woord zelf liever niet – nemen we het programma door. Na de lunch trekken we de vlaktes in. Vanavond wordt er gedanst en na de maaltijd zullen we ons rond het kampvuur nestelen: voor verhalen en frisse pilsjes die hier gepast Kilimanjaro Premium Lager en Serengeti Lager heten. Bier is trouwens big business in Tanzania; het is veruit dé nationale drank. De standaardfles is dan ook een halve liter.

Luisteren naar het landschap

Zo gezegd, zo gedaan. We lopen uren door het struikgewas, houden ons bezig met boogschieten en bestuderen de rijke flora. Na de kip op de gril met een portie gebakken rijst en groentenpannenkoekjes wordt ons, voor de duisternis valt, de kamer Nyumbu (letterlijk: wildebeest) toegewezen. Luxury aficionados: gelieve zich te onthouden! Dit is een lemen hut, door vrouwen gebouwd nota bene, zonder elektriciteit, water of welke voorzieningen ook. Enkele ingekapselde luchtgaten, een verharde uitgehaalde bodem voor eventueel een vuurtje ’s winters en een houten bed met daarop een verarmde strozak: het zijn de enige voorzieningen.

Vernuftig in z’n eenvoud. Het is dan ook ontworpen door oma, het 93-jarige dorpshoofd, in een vorig leven ingenieur. Met een laatste premium lager spoelen we de eerste warme en vooral stofferige dag door, ondertussen genietend van de sterrenhemel en het vuur… en dromend van een douche. De universiteit van het leven is geopend.

Geen show, wel educatie

Niets zo heerlijk als ontbijten in de ochtendkilte van de jungle, met hete koffie in hoge kannen en een vers kampvuur als kameraad. We wisselen met dorpshoofd Kimani van gedachten over de dunne lijn tussen eervol cultureel toerisme en plat commercieel geweld. “Onze stam speelde al lang met het idee om onze cultuur wereldkundig te maken”, legt hij uit. “Maar we hebben jaren gediscussieerd over hoe we dat zouden doen. Uiteindelijk werd dit gastendorp met negen hutten het compromis, vooral ook om het toerisme te kanaliseren. Want als je het als stam niet zelf organiseert, krijg je veel te veel à la carte-bezoeken, op termijn een onhoudbare situatie. Soms wordt men goed ontvangen, soms helemaal niet. Nu is er structuur, met als extraatje dat we de beperkte opbrengsten rechtstreeks naar de gemeenschap doorstorten. Vooral ons schooltje wordt daar beter van. Bovendien hebben we nu een basis geschapen voor het bewaren van en het communiceren over ons rijk cultureel Maasai-erfgoed. Het was een moeilijke evenwichtsoefening, maar we zijn tevreden.”

De toekomst is nu

De Maasai (ook wel Masaï of Massai) is de naam die wordt gegeven aan een grotendeels nomadisch volk in Oost-Afrika, voornamelijk woonachtig in Kenia en Tanzania. De Maasai slaagden erin om, ondanks de groeiende moderne beschaving, hun eeuwenoude tradities te bewaren. Door verschillende oorzaken staat deze traditionele leefwijze anno vandaag echter sterk onder druk. Zo wil de regering van Kenia bijvoorbeeld stukken van hun weidegrond voor vee afnemen om bij nationale parken als Serengeti en Maasai Mara te voegen. De totale populatie van de Maasai wordt geschat op 900.000, de helft hiervan leeft in Kenia.

Exacte gegevens zijn niet beschikbaar aangezien er geen accurate volkstellingen plaatsvinden, maar vooral: ze kennen geen landsgrenzen. Vee is voor de Maasai onontbeerlijk. Ze eten het vlees, drinken het bloed en de melk, en gebruiken de huiden voor huizen. En van de botten produceert men werktuigen en kammen. “Bij dit dorp zijn onrechtstreeks enkele honderden Maasai betrokken”, legt Kimani uit. “Het stelt ons verleden veilig en geeft ons een eerlijke toekomst. Ahsante! Dank voor je bezoek.”

Allemaal beestjes

In Arusha, een metropool van 750.000 inwoners en even ver van Caïro als van Kaapstad, wisselen we van voertuig. Arusha ligt op het plateau van de Grote Riftvallei, aan de voet van de Meruberg en tussen de Serengetivlakte, de Ngorongorokrater, het Manyarameer, de Olduvaikloof en het Kilimanjaro Nationaal Park: het is dus de ideale uitvalsbasis voor safari’s. Onze nieuwe chauffeur en gids heet Richard, een boomlange vent met een gulle glimlach. We overlopen het programma voor de komende vijf dagen en dat ziet er pico bello uit. “Je wil niet weten wat jullie allemaal te wachten staat”, lacht Richard. “Maar het zal de moeite zijn!” De aftandse terreinwagen is nu ingeruild voor een nieuwe stretched Toyota, inclusief uitklapbaar observatiedak. En ruime captain seats, heerlijk. Vandaag bezoeken we Park Lake Manyara; een opwarmer, zeg maar, maar daarom niet minder mooi. Dit is een van de kleine parken, vooral bekend om de flamingo’s en de aapjes. Beiden blijken massaal aanwezig te zijn. Laatnamiddag bereiken we onze lodge, een verzameling chalets tussen de hibiscusbloemen, waar een legertje staff zich de naad uit de broek loopt. Na de maaltijd spreekt Richard me aan over potentiele korte shoppingstops onderweg. Hij vertelt me eerlijk dat hij voor elke stop een spaarpunt op een klantenkaart krijgt. Tien punten leveren hem een geschenk op dat hij doorschuift naar het lokale dorpsschooltje. We maken een compromis: hij mag vanaf morgen één winkeltje per dag doen, we willen nu ook niet de boeman zijn. Van het ene op het andere moment klaart hij op. Voor de eerste keer horen we het wereldberoemde ‘Hakuna matata’ – of: ‘Geen probleem’ – uit zijn mond. En het zal niet de laatste keer zijn.

Wereldwonder aan de voeten

In het heelal is het alle dagen bal en in Tanzania elke ochtend verkwikkend fris. Het is dan ook late herfst – de ideale periode voor dit soort tochten – maar het heeft er evengoed mee te maken dat we ons op 2450 meter hoogte bevinden. Vandaag bezoeken we de Ngorongorokrater, een gebied van mateloze schoonheid. Stel je even voor dat de Kilimanjaroberg zou imploderen – wel, dan krijg je dit: een intacte caldera of ingestorte vulkaankegel. Het is trouwens de grootste ter wereld. Deze is vermoedelijk twee miljoen jaar geleden ontstaan uit een vulkaan die zo’n vijf kilometer hoog geweest moet zijn. De krater heeft een doorsnee van twintig kilometer en de kraterbodem een oppervlakte van ca. 260 vierkante kilometer. De rand van de krater ligt zeshonderd meter boven de kraterbodem. Daardoor ontstaan binnenin verschillende klimaatzones. In het midden – als ware het een soort podium – ligt een verblindend zoutmeer.

Alvorens met de terreinwagen de afdaling in te zetten, lunchen we stijlvol in de Ngorongoro Crater Lodge, een eclectisch optrekje, inclusief kroonluchters, met breed uitzicht op het natuurfenomeen. We nestelen ons even in de tijdelijke luxe van de paradijsvogels en genieten in alle stilte van het moment. “En… er zijn nog uitzonderlijke kenmerken”, vertelt Richard ons terwijl we van een glas heerlijke Zuid-Afrikaanse chenin blanc nippen. “De hoge en steile kraterwand schermt het gebied grotendeels af tegen de toevallige migratie van andere dieren. De leeuwenpopulatie vertoont daardoor een sterke inteelt. Ook omdat de Maasai tussen deze kraterpopulatie en de andere leeuwen in zitten, kunnen beide populaties elkaar niet ontmoeten. Trekkende kuddedieren, zoals gnoes, kunnen dat wél. Het resultaat: binnenin leeft ondertussen een afgesloten populatie van naar schatting 25.000 grotere zoogdieren. Daarmee is dit één van de dichtstbevolkte wildgebieden ter wereld.”

Naar beneden, Sir!

We sturen onze Toyota de ruige, onverharde weg naar beneden op. Gelijktijdig stijgt de temperatuur, en neemt de wind af. De Ngorongorokrater was deel van het Serengeti-natuurreservaat sinds zijn ontstaan in 1951, maar werd in 1959 een zelfstandig natuurgebied. Sinds 1979 staat de krater op de Unesco Werelderfgoedlijst. Enkele uren later hebben we gezien wat Richard ons vanmiddag vertelde vertelde. Bijna alle grote Afrikaanse dieren komen voor in de krater: zebra’s, gnoes, zwarte neushoorns, olifanten, leeuwen, jachtluipaarden, en massa’s nijlpaarden. Een opvallende afwezige is de giraf: door hun lange nek en lange poten hebben ze de steile afdaling naar de bodem van de krater nooit kunnen maken. “Ook krokodillen, impala’s, lierantilopen en oribi’s komen niet in de krater voor”, verduidelijkt Richard. Net voor zonsondergang bollen we, na een spectaculair mooie rit, de lodge van de dag binnen, alweer een juweeltje. We zullen hier, aan de rand van Serengeti, twee nachten blijven. Terwijl buiten de zon vuurrood onder de horizon duikt en in het kamp de gaslampen aangestoken worden, nemen we een douche. Eindelijk. Daarna wordt verbroederd rond een groot vuur in de boma met de andere gasten, allemaal reizigers pur sang die nog intens nagenieten van het unieke decor.

Flirten met de grens en krokodillen

De volgende drie dagen besteden we aan het ware safariwerk, de hoofdschotel van de reis. Doel: een stukje van de migratie zien. Dat betekent: rondtoeren, veel stoppen, observeren. Safari betekent dan ook ‘journey’, ‘de dag’ in het Swahili. We schakelen onszelf in slow modus en proberen te leven op het ritme van de jungle. Ons niet druk maken over wat we nog allemaal zouden willen zien, maar gelukkig zijn met wat je voorgeschoteld krijgt. Je nestelen in de stilte. Zoals Karen Blixen – de Deense auteur van ‘Out of Africa’ die jarenlang in Kenia verbleef en er een plantage runde – ooit schreef: “For me, being in a park is like being in the Garden of Eden… De lucht van de Afrikaanse hooglanden steeg me naar het hoofd als wijn, ik was er de hele tijd lichtelijk dronken van, en de vreugde van die periode was onbeschrijflijk…” We rijden Serengeti in, zeer waarschijnlijk het bekendste park van Tanzania. De naam is afgeleid van de Maasai-taal (Siringet), en betekent letterlijk “Eindeloze vlaktes”, een streek van savannes en boslandschappen verdeeld over het noorden van Tanzania en het zuiden van Kenia. De totale oppervlakte bedraagt 30.000 vierkante kilometer, waarvan tachtig procent in Tanzania. Er leven ongeveer 1,6 miljoen planteneters en duizenden roofdieren in het gebied. Maar de regio is vooral bekend omwille van de migratie. Bijna twee miljoen gnoes, gazelles en zebra’s trekken elk jaar van het Serengetipark naar Maasai Mara in Kenia. En terug. Het is en blijft een van de spectaculairste dierenmigraties op de planeet. Daarbij moeten ze de rivier de Mara oversteken, en dat levert gegarandeerd spektakel op. Voor de krokodillen is dat een niet te missen jaarlijks feestje. De Grote Trek van de grazers van het Serengeti National Park is om het prozaïsch uit te drukken een jaar lang rondjes lopen. Vanaf het late voorjaar trekken de dieren vanuit het zuiden

van de Serengeti noordwaarts, op zoek naar verse graaslanden en water. Een paar maanden later bewegen ze zich met z’n allen terug zuidwaarts, opnieuw naar de graslanden van de zuidelijke Serengeti, waar het tegen november -afhankelijk van regenval- in principe terug groen is geworden. De eerste dag vangen we bot, net als de tweede. Zijn we dat toch net te vroeg in het seizoen? Of staan we op de verkeerde plekken? Richard begint zich zorgen te maken, hij wil ons absoluut een crossing kunnen tonen, zijn trots als gids en sporenzoeker staat op het spel. Maar in de vroege ochtend van onze laatste dag rijden we er knal op. Alsof het een afgesproken signaal betrof, zijn we getuige van een kudde zebra’s die, alsof ze gewacht hebben op ons, plots de rivier doorwaden tussen de hongerige krokodillen door. Dat levert vaak dramatische beelden op en we zien het ook voor onze neus gebeuren. Zo’n vijf krokodillen slaan elk op hun beurt toe, maar vangen bot. “Zebra’s stampen vervaarlijk met hun achterpoten want daar grijpen de krokodillen naar”, legt Richard uit. “En dikwijls helpt dat.” De kudde bereikt zonder bloedvergieten Keniaanse bodem. Oef! Al zullen de krokodillen daar anders over denken. Dé stunt krijgen we echter ’s avonds in de lodge voorgeschoteld. Terwijl we met z’n allen rond het vuur genieten van een gin-tonic, breekt plots de hel los. Vier buffels, achtervolgd door twee leeuwen, stormen door de tuin van de lodge. Glazen gaan tegen de grond, en onder het helse lawaai van het zich voor onze neus afspelende partijtje catch, vluchten we naar binnen. Meteen geldt een uitgaansverbod voor alle gasten. Er worden extra vuren aangestoken en bewakers opgetrommeld. Wie naar z’n kamer wil, krijgt een gewapende escorte. “Ik vertrouw het niet”, zegt de Nieuw-Zeelandse gastvrouw. “We moeten nu echt voorzichtig zijn.”

Een leger olifanten

We starten de dag met een klein ritueel. Toen de legendarische ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley door het duistere oerwoud van Oost-Congo doolde – belaagd door ziektes, wilde beesten en vijandige stammen – bracht de man elke ochtend de discipline op om zich te scheren. Desnoods met koud water en een bot mes. Hij overleefde de expeditie, tachtig procent van zijn mannen bleef dood achter. Wij zijn heelhuids – we danken de goden – in alle vroegte vertrokken vanuit Ndutu, en rijden over een vers uitgeregende zandweg – korte regenbuien zijn pure poëzie in Afrika – naar het uren verder gelegen tentenkamp van Moivaro. De Toyota doet z’n 4×4-reputatie alle eer aan. Daar woont de Hadzabe- commune; die biedt reizigers de mogelijkheid om samen met hen op jacht te gaan.

We weten niet echt wat we ervan moeten denken, en de verwarring wordt nog groter wanneer we de volgende ochtend, na een heerlijke nacht in een wuivende tent aan het Eyasi-meer, bij zonsopgang diep het bos ingereden worden en plots oog in oog staan met twee bosjesmannen, letterlijk gekleed in dierenhuiden. Supai, Hello sir. Keiyaa, How are you? Molelian, Welcome! Richard heeft zich laten vergezellen door een lokale gids die meteen ook alle vertaalwerk op zich neemt. Wanneer vader Bala en zoon Shakwa meteen een vers geschoten konijn beginnen te stropen, worden we helemaal argwanend. Nee, dit is geen georganiseerde Flintstones-show, maar het echte werk. “Deze familie leeft als nomaden, en uitsluitend van de jacht”, vertelt Richard. “Alleen de opbrengst van de zelfgemaakte jachtpijlen die ze als souvenir verkopen, genereert hen wat financiële inkomsten. Al de rest is authentiek.” En dan zijn we weg. Aan een verrassend hoog tempo trekken vader en zoon blootsvoets en alleen beladen met pijl en boog door de savanne. Met die boog schiet je nog geen koe vanop twee meter, denken we, zo amateuristisch ziet het eruit. Tot junior plots een schot lost. De afstand is zo groot dat we de prooi zelfs niet gezien hadden… Maar ’t is wél prijs. Ootmoedig stellen we onze eerste indrukken bij. Uit zakflesjes slurpende jagers met hoogtechnologische wapens: eat your hart out! Dit jongetje baart het nodige opzien. Van een cliffhanger gesproken; dit smeekt naar meer. Vier uur later zijn we zes vogels, twee konijnen en één vos rijker. In deze bosjesmannenstam gaat geluk te voet.

Door heuvel en park

’s Namiddags bezoeken we nog het kleinere Arusha National Park, de volgende dag het wondermooie Tarangire Park, waar we vergast worden op baobabs en een massa olifanten. Daarvan leven er hier ruim tweeduizend. Alvorens de nachtvlucht terug naar Amsterdam op te springen, gaan we dineren bij landgenoot Dirk Janssens in Arusha, vennoot van een charmante b&b, een boetiekhotelletje en een restaurant. Zijn doel: prijs/kwaliteit leveren in een project waar ook de locals beter van worden. We hebben ons opgefrist in een van de mooie kamers en zitten met Dirk op het terras te mijmeren over het leven, het ondefinieerbare Afrika-gevoel en de roep van de jungle. De reis eindigt zoals ze begon: “Naomba kili baridi, Breng ons nog een koude pils!” Hakuna matata!

2019-03-07T10:18:59+02:00Tags: , , |

Welkom op onze website