Het kleine Slovenië is een immens populaire bestemming aan het worden en dat heeft alles te maken met haar DNA: authenticiteit en natuurpracht. Voor wie er een midweek tussen uit wil zonder te verzanden in de grote klassiekers, is dit een topbestemming. Toerisme op boetiekniveau.

Tip van Omnia Travel

Ontdek Slovenië. Een unieke mix van stad, natuur, kust en cultuur.

Ontdek het mooie Slovenië. Een land waaraan u misschien niet onmiddellijk denkt voor uw volgende vakantie… En toch heeft Slovenië zoveel te bieden: een unieke mix van stad, natuur, kust en cultuur. Vergeet daarbij zeker niet de uitstekende keuken, gepromoot door enthousiast jong keukengeweld. Het gezellige Ljubljana met haar autovrij centrum, de grotten van Postojna, het Triglavgebergte, de kuststeden Portoroz en Piran. Het zijn maar een paar van de hoogtepunten.
Slovenië als volgende vakantiebestemming…? U keert gegarandeerd tevreden terug naar huis.
Om het plannen van uw reis makkelijker te maken, presenteert Omnia Travel u graag een 9-daagse individuele rondreis voor.
Deze prachtige reis brengt u langs de hoogtepunten van Slovenië en start aan het meer van Bled met haar imposante burcht. U reist via het Triglav National Park en de Socca vallei naar de Sloveense kust. De Badplaats Portoroz maar vooral Piran zal u bekoren. U bezoekt de spectaculaire grotten van Postojna en reist vervolgens door naar de prachtige universiteitsstad Ljubljana. Via Maribor, met haar middeleeuwse stadskern en startpunt van de oostelijke wijnroute tot Putj. Als afsluiter van deze mooie reis kan u verder genieten van dit mooie Ooievaarsland of u kan kiezen voor een heerlijk dagje ontspannen in één van de 16 erkende en professionele kuuroorden die Slovenië rijk is.

PRIJS
Prijs per persoon: vanaf 997 EUR voor 8 overnachtingen o.b.v. een 2 persoonskamer en ontbijt. (vluchten en huurwagen zijn niet inbegrepen) Slovenië kan je zowel bereiken met het vliegtuig als met de eigen wagen.
Reis je met het vliegtuig dan is een huurwagen ter plaatse een MUST.
Er zijn dagelijks rechtstreekse vluchten van Brussel naar Ljubljana.

ACCOMMODATIES
2n Garden Village Bled,
2n Hotel Kempinski Palace Portoroz,
2n Cubo hotel Ljubljana,
2n Otocec Castle hotel.

Dit is één reis uit de vele mogelijkheden, wenst u graag een ander voorstel

Inschrijvingsformulier Aanbiedingen - Form in Post
Sending

Of boek uw reis naar Slovenië online

Slovenië

SLOVENIË, officieel de Republiek Slovenië (Sloveens: Republika Slovenija), is een land in Midden-Europa aan de zuidrand van de Alpen, en is lid van de Europese Unie. Het wordt begrensd door Oostenrijk in het noorden, Italië en de Adriatische Zee in het westen, Kroatië in het zuiden en oosten en Hongarije in het noordoosten. Het land is klein, dichtbebost en bergachtig. In het westen heeft het land een korte Adriatische kust. De grens met Oostenrijk wordt grotendeels gevormd door de waterscheiding van de bergkam van de Karawanken, met toppen boven de 2000 m, die deel uitmaken van de Alpen.
Slovenië werd een soevereine staat toen het op 25 juni 1991 zijn onafhankelijkheid uitriep. Vóór de onafhankelijkheidsverklaring maakte Slovenië deel uit van het voormalige Joegoslavië als (Socialistische) Republiek Slovenië (Sloveens: (Socialistiĉna) Republika Slovenija). Op 1 mei 2004 werd Slovenië lid van de EU. Sinds 2007 hanteert Slovenië de euro als betaalmiddel. Inmiddels is het eveneens lid van de NAVO en van de OESO. Het huidige Slovenië behoorde eeuwenlang tot Oostenrijk en is etnisch het meest homogene land van de opvolgerstaten van Joegoslavië. De bevolking is van oudsher grotendeels katholiek. Slovenië is met een oppervlakte van 20.373 km2 ongeveer half zo groot als Nederland. De economie is van alle nieuwe EU lidstaten (2004) de welvarendste. Slovenië telt drie Unesco-Werelderfgoedlocaties.

Maak jullie geen zorgen, alles blijft hier lekker binnen wandelafstand”, lacht gids Martin terwijl hij de meegebrachte sjaal terug in zijn rugzakje dropt. Ljubljana, in 2016 tot Europa’s groenste hoofdstad uitgeroepen, ontvangt ons met een lauw Indian summer-zonnetje en omdat het windstil is, voelt het zeer aangenaam aan. Met slechts 280.000 inwoners en een compacte oude binnenstad waar geen auto te bekennen valt –want sinds jaren autovrij– is deze mini-metropool van een mini-land dat pas in 2004 tot de EU toetrad, een verademing. De terrassen zitten vol, op de rivier die de stad in twee snijdt, varen bootjes een romantische tour en wanneer we omhoog kijken, zien we alleen barokke gevels gelardeerd met Italiaanse flair. Op de benedenverdiepingen etaleren zich hippe restaurants, designwinkels en enkele merkenboetieks. Vanop de heuvel in het stadscentrum houdt een kasteel een oogje in het zeil over een aantal historische kerken en de roemrijke bruggen waarmee Ljubljana steevast geassocieerd wordt. “Het is een traditie dat jullie vandaag een Union ‘nefiltrirano’ drinken, een donker biertje waar we trots op zijn”, zegt onze prima gids Martin Šušteršič, die beter Engels spreekt dan de gemiddelde Brit. “Of het moest zijn dat jullie meteen onze wijn willen proeven, even onbekend als ons binnenland, maar van een hoge kwaliteit.” Bij mooi weer is het zoeken naar een plek op de talrijke terrasjes langs de rivier en dat heeft veel te maken met een 40.000-koppig studentenbestand dat Ljubljana een gezellige vibe bezorgt, de geest van de stad jong houdt en het reeds actieve culturele leven blijft stuwen. Na de kuierende stadsverkenning, waar we in het noordelijke deel plots de barok ruilden voor de art nouveau en bijzonder onder de indruk waren van zowel de universitaire leeszaal annex bib als de St-Nicolaaskerk, strijken we neer in wine bar Movia. Hier laten we ons een glas Bagueri chardonnay aanbevelen. “Kunnen we jullie ook hier meteen overtuigen van de kwaliteit”, lacht Martin. “Want je krijgt maar één kans voor een goede eerste indruk te maken, hé.

Spektakel onder en boven de grond

Wie Slovenië puur wil ervaren, moet de hoofdstad uit. Verwacht geen oneindige ritten, want waar je ook bent, op pakweg anderhalf uur rijden ben je sowieso aan de grens. Slovenen dragen al wat gezond, sportief en natuurlijk mooi is hoog in het vaandel. Dat merken we aan de netheid van de wegen die ons brengen naar het zuiden, meer bepaald naar Sloveniës korte Adriatische kustlijn. Hier kunnen zelfs de Zwitsers nog wat van leren! “37 miljoen reizigers gingen jullie voor, maar laat dat de pret niet drukken”, lacht grottenspecialist Mario. Deze boomlange blonde snaak is een actief speleoloog die deeltijds werkt als gids in de grotten van Postojna, het langste grottencomplex van Slovenië en de op een na grootste druipsteengrot ter wereld, en dus een van de toeristische uithangborden van het land. Een elektrisch treintje, gebouwd door de buren in Milaan, brengt ons en honderd anderen twee kilometer diep in de rotsen. Daar beginnen we in het enige metrostation van het land –zo noemt men het hier– een wandeltocht over ‘de grote berg’, de Russische brug langs de spaghettihal, de witte hal en de rode hal. Allen hebben ze hun naam gekregen omwille van de karakteristieke vorm en kleur van de stalactieten en stalagmieten. De grot werd ontdekt in 1818 en een jaar later voor het publiek geopend, al was dat toen een hachelijke tocht met fakkels en op risico van eigen leven in plaats van met een comfortabele trein. De eerste bezoeker was overigens de Oostenrijkse keizer Frans I. In 1872 al werden de eerste rails aangelegd, toen voorzien voor een gaslocomotief. In 1884 werd elektriciteit geïnstalleerd. De kleine tentoonstelling met sepia foto’s uit die tijd zijn dan ook een must voor wie Postojna bezoekt. We zien de notabelen in hun zondags pak door de grotten kruipen en daarna fier poseren voor de fotograaf. Toerisme avant la lettre, een ander beeld dan de in regenboogkleurenjasje uitgedoste Japanners van vandaag, die met selfiesticks de vlotte doorstroming ondergronds al eens in de war sturen. Minder georganiseerd en veel meer laidback gaat het er aan toe in Piran, pareltje aan de Sloveense kust. Die loopt slechts 46 kilometer langs de Adriatische Zee, geprangd tussen Italië en Kroatië, maar is wel voorzien van enkele mooie stranden en gezellige dorpjes. Piran, een van de drie Sloveense havensteden, is de topper.

Dit is trouwens een van de oudste steden van Slovenië en is lange tijd in handen geweest van de Venetianen, en dat merk je aan de bouwstijl. Haar sierlijke haven verschaft het op een landtong gelegen dorp een soort St-Tropez look, maar dan zonder de pretentie. We slenteren door de geclusterde smalle straatjes, bezoeken het hoger gelegen klooster en genieten van de zuiderse sfeer langs de kade annex boulevard van het schiereiland. Op het terras van restaurant Tri Vdove weten ze nog hoe een stukje vlees moet gegrild worden, en wat de ideale serveertemperatuur is van een fles Movia chardonnay. En terwijl locals in badjas aan en af lopen om te gaan zwemmen in de baai, laten we de klok rustig tikken onder een fantastisch nazomerzonnetje. De naam Piran is dan ook afgeleid van het Griekse woord pyros dat ‘vuur’ betekent. En zo voelt het ook.
Ook warm, maar van een heel andere orde, is het lipizzaner warmbloedpaardenras dat zijn oorsprong kent in de Habsburgse keizerlijke hofstoeterij ‘Lippiza’, thans bekend als Lipica in Slovenië. Na een rit van pakweg drie kwartier vanuit Piran, ruilen we de sfeer van staalblauwe luchten en middeleeuwse gebouwen voor houten stallen, de geur van stro en briesende witte paarden – ook al worden ze als veulen donker geboren en verkleuren ze pas na verloop van jaren tot wit, zo leren we al snel. Lipizzaners worden door de specialisten uitdrukkingsvol genoemd, met grote, sprekende ogen en een licht bollende ramsneus. De rassenstandaard is tussen de 155 en 158 centimeter en omwille van de trots en verheven bewegingen is het paard wereldwijd bekend als uitermate geschikt voor de klassieke dressuur. “Omdat het een natuurlijke aanleg voor verzameling heeft en de zwaarste oefeningen aankan”, legt gidse Grega uit. “Deze paarden vormen samen met de Oostenrijkse lipizzaners de basis voor de Spaanse Hofrijschool in Wenen.” Lipizzaners zijn dan ook geen gewone paarden, het zijn iconen. Ze doorstonden niet alleen de ondergang van het Habsburgse Rijk, de beide wereldoorlogen en de waanzinnige veredelingsproeven van Hitler, Stalin en Ceausescu, maar ook de oorlog in de jaren negentig, die het einde van het oude Joegoslavië betekende. Het paard prijkt dan ook op de Sloveense euromunt van twintig cent en wordt door vriend en vijand erkend als een statussymbool. Ze staan daar ook fier te staan in hun boxen, voorzien van een naambordje en hun stamboom.

Waar de bergen en de zee mekaar ontmoeten

Slovenië wordt dikwijls gemakshalve het best bewaarde geheim van Europa genoemd. Redenen daarvoor zijn dat het effectief klein is (20.000 vierkante kilometer, pakweg de grootte van Fiji of Israël), slechts twee miljoen inwoners telt en grenst aan Oostenrijk, Italië, Kroatië en Hongarije, allemaal kleppers die met de toeristische aandacht gaan lopen en het pittoreske Slovenië tot voor kort wat verweesd in de schaduw achterlieten. Maar de hedendaagse reiziger graaft dieper. Slovenië is na Finland en Zweden procentueel het meest beboste land in de EU –66procent van de oppervlakte– en doet er ook alles aan om die ongerepte natuur zoveel mogelijk te beschermen: één nationaal park, drie regionale en 44 landschapsparken en 52 natuurreservaten. Het gevolg daarvan is een stabiele en groeiende wolven- en berenpopulatie. Van die laatsten lopen er anno vandaag zo’n 700 vrank en vrij in de bossen rond. Maar wij hoeven er nu niet per se eentje tegen te komen, bedenken we, wanneer we de autoweg verlaten en via achterafbaantjes door een mistig bossenlandschap vorderen tot Ptuj. Dit is de oudste stad in Slovenië, een soort openluchtmuseum met goed intact gebleven bouwwerken en een sfeervolle binnenstad. Op het kleine marktplein is het prima koffiedrinken, maar hoe goed de cakes er ook uitzien, de boodschap is dat we ons moeten sparen voor later, om de lokale specialiteiten van Jeruzalem nog wat ruimte te bieden. De Gostišče Taverna is een gegeerd adres voor wie zich wil laven aan de landelijke keuken van Slovenië. Vergeet de fijne prosciutto en filetsteaks uit Ljub (!), hier komt een pizza met varkensvet, pompoensoep en rendier op het bord. Eaters wanted! Twee uur later stappen we doorvoed de vinotheek van Jeruzalem binnen, de hoofdstad van de lokale wijnproductie, goed voor tachtig procent van de Sloveense witte wijnen met Sipon als koningsdruif. Jeruzalem telt veertig zielen en zestien huisnummers, maar het land is trots op dit minidorpje te midden prachtige vergezichten en een pelgrimskerk waar Romeinen, kruisvaarders en pelgrims op weg naar het Heilige Land tot en met invallende Turken allemaal hun sporen nalieten. Gezien de kleinschaligheid vervult Boštjan Ivajnšic zowel de functie van gastheer in het Toeristisch Bureau als van sommelier in de vinotheek, een initiatief van dertig lokale wijnboeren die op zoek waren naar een gemeenschappelijk aanspreekpunt waar geïnteresseerde reizigers konden proeven en kopen. “Ook omdat de taalbarrière speelt”, legt de goedlachse Boštjan uit. “Waar in vele wijnregio’s over de ganse wereld de politiek van cellar door gehanteerd wordt en de liefhebbers welkom zijn bij het wijnhuis zelf, koos men hier voor een centrale aanpak. Omdat niet iedere wijnbouwer Duits, Engels of Italiaans spreekt, enkele uitzonderingen niet te na gesproken.” Bij een kleine proeverij leren we al snel dat Puklavec Family Wines het dominante label is. Niet voor niets kende het wijnblad Decanter ze dit jaar de prijs ‘Beste witte wijn van Slovenië’ toe, een platinium medaille voor hun Sipon, een van oorsprong Hongaarse druif die Furmint genoemd wordt. Pakweg de helft van de ranken die hier in groot-Jeruzalem staan, zijn Sipon. “Hoe we aan deze naam gekomen zijn, is een schitterend verhaal”, vertelt Boštjan. “C’est si bon, sprak een Fransman ooit, maar dat had de Sloveen niet zo goed begrepen. Het verbasterde tot Sipon, en zo heet het nog.” Terwijl de wolken uit het Pohorjemassief de heuvels binnentrekken en bedekken met een melklaagje grijs licht, rijden we de grootste en belangrijkste wijnregio van Slovenië uit in noordelijke richting. Doel: Maribor, de hoofdstad van de regio en tweede grootste stad van Slovenië. We parkeren netjes buiten de stadskern, kuieren tot de middeleeuwse binnenstad en eten er prima.

Een naam als, en met een klok

De laatste dag van onze midweek starten we met een glas verse melk, die op de markt van Ljubljana uit een automaat komt. Voor de ronde prijs van één euro per liter leveren de boeren hier dagelijks verse aanvoer die bij de stadbewoners gretig aftrek vindt. De automaat staat trouwens naast de officiële stadsweegschaal en dat dien je letterlijk te nemen. Wie denkt op de markt bedrogen te zijn in gewicht, kan de koopwaar hier geijkt komen nawegen. Via de E61-autoweg bereiken we Bled. Weten velen Slovenië niet aan te duiden op een kaart, zal men wel ‘Het Meer van Bled’ kennen. Het is zo’n klassieker die in ieders hoofd zit. Zoals het Balatonmeer, het grootste meer van Europa. Veel van gehoord, maar waar ligt het nu weer? Het feit dat deze locaties een belletje doen rinkelen, heeft alles te maken met de historiek. Het Meer van Bled, postkaartmatig perfect gesitueerd tussen de Karawanken en de Julische Alpen in noordwest-Slovenië, was decennialang de speeltuin van the rich and famous. Daar was vooral de Zwitserse arts Arnold Rikli verantwoordelijk voor. Die transformeerde het dorp tot een kuuroord, waar natuurbeleving (hij was een groot voorstander van het naturisme) en natuurlijke genezing centraal stonden. Geïnspireerd door deze pionier bouwde de voormalige Joegoslavische president Josip Tito hier zijn buitenverblijf. Hij bracht hier veel tijd door en de politieke overheid onderhield aan de boorden van het meer talrijke villa’s en hotels voor congressen en feesten. Daar zijn natuurlijk zeer goede redenen voor, wordt ons duidelijk, wanneer we gezeten in een Pletna –een overdekte gondel inclusief gondelier op het achterdek- het iets meer dan twee kilometer lange en maximaal dertig meter diepe meer opvaren. Voor ons, badend in een speelse ochtendzon, ligt het eilandje met de Maria-Hemelvaartskerk uit de negende eeuw te pronken te midden het decor. We voelen ons alsof we beland zijn in een legpuzzel van vijfduizend stuks, zo’n klassieker van een landschap met een uitstraling om u tegen te zeggen. “Er zijn slechts 23 vergunningen voor deze Pletna’s toegekend”, legt gondelier Marko uit. “En we geven ze de naam van de dochter van de eigenaar. U reist nu aan boord van Planika of Edelweiss”. Het was niet zo druk in Mlino, waar we daarnet inscheepten, al kan dat op zomerse hoogseizoendagen een ander verhaal zijn. “We geven niet toe aan de commerciële druk”, zegt Marko. “De regels zijn strikt.

Er is geen gemotoriseerd verkeer toegelaten, er komen geen Pletna’s bij. We willen de romantische aanpak bewaren, net als de rust. Er is ook een natuurlijke grens aan hoeveel bezoekers er tegelijk comfortabel op het eiland kunnen, dus waarom zouden we de capaciteit opdrijven?” De traditie wil dat een bruidegom zijn geliefde de 99 trappen die je naar de kerk leiden, opdraagt. Gelukkig zijn we hier niet om te huwen, maar om de vijfhonderd jaar oude fresco’s te bewonderen. Terwijl velen de wensklok beroeren –de overleving zegt dat waar je dan droomt werkelijkheid wordt verdiepen we ons in het gouden altaar, handelsmerk van kerkelijke grootsheid en dus een ideaal decor voor de talrijke huwelijksplechtigheden die hier plaatsvinden. Tijdens de terugvaart onderhoudt Marko ons nog met een weetje: dat Bled meer hotelbedden telt dan inwoners bijvoorbeeld. “De aantrekkingskracht blijft enorm, en gelukkig ziet alles er nog relatief hetzelfde uit als vijftig jaar geleden.”
’s Namiddags wandelen we de anderhalve kilometer lange Vintgarkloof af, de koploper van de Sloveense canyons, en eindigen op weg naar de luchthaven met een zoet orgelpunt: de peperkoek van Radovljica, een recept van 250 jaar geleden dat in de familiebakkerij Lectar nog steeds via een honderd procent handmatige bereiding nauwgezet gevolgd wordt. Opmerkelijk zijn de kleuren: de afgesuikerde rode versie staat voor liefde, geel voor oneindig en groen voor groei. We kiezen rood.