Met een kleine maar luxueuze houten riviercruiser van Ho Chi Minh City (Vietnam) naar Siem Reap (Cambodja) varen, stroomopwaarts en aan een gezapig tempo over een der langste rivieren ter wereld: dat is de leefwereld van de RV Indochine. En het voelt alsof Catherine Deneuve negen dagen lang meereist.

Tip van Omnia Travel

Riviercruise op de Mekong. De rivier die tot ieders verbeelding spreekt!

Een cruise op de rivier die maar liefst 4.000 km lang is, is de ideale manier om een deeltje van Vietnam en Cambodja te ontdekken. Prachtige natuurlandschappen glijden voorbij. Het enige dat u hoeft te doen is genieten. Ontdek de Franse charme van weleer in Ho Chi Minh en Phnom Penh. Het tempelcomplex van Angkor Wat mag zeker niet ontbreken! Dompel u onder in het dagelijks leven bij een bezoek aan één van de vele lokale markten. Krijgt u geen genoeg van deze wonderlijke pracht? Verleng uw verblijf met een cruise in de Vietnamese baai van Halong. Wij werken met veel plezier een op maat gemaakte offerte uit.

PRIJS

  • Vanaf 3.980 EUR per persoon
  • 13-daagse cruise
  • Vaarroute: My Tho – Cai Be – Sa Dec – Tan Chau – Phnom Penh – Chong Koh – Tonlé Sap meer – Siem Reap – Angkor Wat – Siem Reap

PRIJS OMVAT

  • Lijnvluchten naar Ho Chi Minh en terug vanuit Siem Reap
  • Alle transfers zoals vermeld in het programma
  • 2 hotelovernachtingen in Ho Chi Minh vóór vertrek van de cruise
  • 3 hotelovernachtingen in Siem Reap na de cruise in luxehotels met alle maaltijden zoals beschreven in het programma
  • Alle excursies zoals vermeld in het programma (uitgezonderd de facultatieve excursie)
  • Cruise zoals beschreven in de gekozen kajuit, in volpension en dranken aan boord inbegrepen: wijn bij het diner, koffie, water, thee, frisdranken, lokaal bier en lokale sterke dranken
  • Welkomstcocktail en -diner aan boord
  • Captain’s dinner
  • Haven- en luchthaventaksen (onderhevig aan wijziging)
  • Alle fooien voor gidsen, chauffeurs en in de hotels (m.u.v. fooien voor het cruisepersoneel)
  • BTW

Bovenstaande is een indicatie. Uiteraard werken wij met veel plezier een op maat gemaakte offerte voor u uit. Prijzen zijn afhankelijk van het ogenblik van reservatie en onder voorbehoud van beschikbaarheid.

Dit is maar één reis uit de vele mogelijkheden, wenst u graag een ander voorstel

Inschrijvingsformulier Aanbiedingen - Form in Post
Sending

Praktisch

De RV Indochine is een comfortabele riviercruiser met amper 24 kamers (airco, douche, toilet) van elk zestien vierkante meter. Met een luxueus zonnedek van 250 vierkante meter, een grote bar en een panoramisch restaurant krijgt het een viersterrenstatus opgespeld. Terecht. De service is Aziatische verwennerij van hoog niveau (tot en met stomerij en massages) en de gepresenteerde all-in maaltijden moeten daar niet voor onderdoen. Met de koloniale look erbovenop én wifi in de bar – internet is het nieuwe zuurstof – is dit een aanrader!

Vietnam – Cambodja

Met een Thaise kiss-landing ben ik neergestreken in een heet en vochtig Saigon (de nieuwe naam ‘Ho Chi Minh City’ is weinig populair) en onderweg van de luchthaven naar het hotel maken meer dan drie miljoen scooters me het leven zuur. De chauffeur zit stoïcijns achter het stuur, zijn rechterhand constant op de claxon. Ik weet het wel: het verkeer in Vietnam is als een kwade hond, nooit laten zien dat je bang bent! De straat oversteken is dan ook een hele kunst: je doet het met een constante snelheid, zonder te stoppen of op je passen terug te keren. Maar het is toch altijd even wennen. Hoewel het intrinsiek een eenvoudig en duidelijk systeem is, leerden de Vietnamezen met de jaren dat het de buitenlandse bezoekers niet gegeven is. Een gebrek aan durf. Uiteraard. “Mensen met een lange tong hebben korte zenuwen”, zeggen ze hier. Dus werd een militair verkeerspolitiekorps in het leven geroepen en ontplooid over de hele binnenstad: groene hemdjes die je helpen oversteken. Na de buitenwipper (discotheken) en de binnenwipper (Japanse metro’s) hebben we nu ook de overwipper. Niet dat de locals zich er iets van aantrekken, maar het is het idee dat telt. Saigon – of zeggen we nu toch Ho Chi Minh City? – balanceert tussen twee werelden. Op elke straathoek worden weliswaar nog de kranten ‘Le Monde’ en ‘Le Figaro’ verkocht, maar ook luxe – boetieks van Cartier en Chanel deden hun intrede. En terwijl ik al die nieuwe, toch enigszins onverwachte bling-bling gadesla, scheurt een ziekenwagen voorbij, de vensters geopend en alle inzittenden met een sigaret in de mond. Welkom in Nam.

Een slaperige rivier

De verrassend ruime kajuit van de RV Indochine, Pont Supérieur, verwelkomt me met een rode roos op het hoofdkussen en een fikse regenbui op het terras. Het natte seizoen etaleert nog snel een hevige stuiptrekking, alvorens hier straks maanden van droogte aanbreken. ’s Avonds maak ik kennis met de bijna uitsluitend Franse passagiers die de ex-kolonie overduidelijk een warm hart toedragen. Hadden ze het gedurfd, dan liepen ze hier rond in witte linnen pakken met borsalino-hoeden. Zoals Catherine Deneuve dat deed als Eliane in het liefdesdrama Indochine uit 1992, waarvoor ze trouwens een Oscar kreeg. Hoteldirecteur Xavier (meteen ook het wifi-wachtwoord) blijkt een galante gastheer te zijn, net als Isabelle, officieel de directrice de croisières. Ze omkadert haar duivel-doet-al-verantwoordelijkheid met Franse flair. “Comment allez-vous, mesdames et messieurs?” En terwijl men binnen uitlegt wat iedereen eigenlijk al lang zou moeten weten (“Nee mevrouw, er mag niet gerookt worden in de hut”) geniet ik op het zonnedek van een vuurrode zonsondergang. Ondertussen heeft kapitein Nian de motoren gestart. Onze amper zes jaar oude, exotische houten riviercruiser (51 meter lang en elf meter breed) baant zich langzaamaan stroomopwaarts een weg door de donkerbruine Mekong. Varen, het doet iets met een mens. Ik stuur het thuisfront een sms: “Kuifje aan boord. Trossen los, mooi moment, lang van deze reis gedroomd.” Negen dagen, circa 825 kilometer varen, 24 passagiers en evenveel bemanningsleden. Einddoel: de tempels van Angkor Wat.

Het schip der traagheid

Dag drie. Of ik een eitje wil? Of liever een pancake? De ravissante Lin, gehuld in nationale kledij, serveert met de eeuwige glimlach. Een loeihete, gitzwarte koffie. Goed zo. We zijn ondertussen zowat honderd kilometer ver op ons parcours en gaan voor de eerste maal op excursie. My Tho heet de stop. Er wordt overgestapt op een klein bootje – dat zeer waarschijnlijk de ISO 9002-norm niet haalt – en gaan van anker aan het grootste van de vier eilanden. We bezoeken de locals, luisteren naar hun liedjes, proeven van hun thee en mierzoete gebakjes, maken een tochtje met de sampan en lunchen met rijstgalettes. Eindigen doen we met een korte cursus pottenbakken. Gelukkig zijn we net terug aan boord wanneer laatnamiddag de hemel duikbootgrijs dichttrekt en de regen – zoals dat alleen in de tropen kan – ineens met bakken uit de lucht valt. Grote plukken zuurstofplanten drijven voorbij: die houden zogezegd de rivier schoon. Hoewel… schoon? Samen met de twee Spaanse reizigers (wat verloren door het radde Franse voertaaltje aan boord) turen we vanop het panoramadek in onze brede rieten stoelen naar het natuurgeweld. Zonder woorden genieten we van het tropensfeertje en de blended whisky, omwille van de hitte uitzonderlijk ‘on the rocks’.

Mekong: draak met negen koppen

Hemeltje. Het is klokslag vijf in de ochtend wanneer de gong gaat. Terwijl de zon reeds krachtig opklimt uit de mistlaag op de papperige Mekong, drinken twintig paar slaapogen hun ochtendkoffie. Een half uurtje later zijn we al onderweg naar de vroegmarkt van Sa Dec, volgens de cruisedirecteur uiterlijk voor zeven uur ’s ochtends te bezoeken. Wat een schouwspel, overgoten met hard ochtendlicht en een opklimmende temperatuur. Twee uur later worden er verse roereitjes gebakken aan boord en houdt iedereen een siësta in zijn favoriete hoekje. Lezend, slapend of gewoon genietend van het aan tien knopen (zo’n 18 km/u) voorbijschuivende landschap en honderden andere bootjes, allemaal overladen. En we zien ook een van de vijftien andere riviercruiseschepen die actief zijn op de Mekong. Maar volgens onze Cambodjaanse kapitein Nian is de RV Indochine uitzonderlijk, want met amper 160 centimeter diepgang is die ook geschikt voor de achterafkanaaltjes. Laatnamiddag trekken we vanuit Chau Doc met twee minibusjes naar ‘Colline Sam’, van waarop we bij zonsondergang een machtig uitzicht over de Mekong en de rijstvelden hebben. Op de retour bezoeken we de pagode Phat Thay Tay An (sinds de introductie van spaarlampen schiet de kleurenpracht er wel wat bij in) en de tempel Ba Chua Xu. Uitgelaten schoolkinderen willen maar al te graag met de bezoekers op de foto, zonder daar iets voor terug te willen. Alleen al het eindresultaat laten zien op je fototoestelschermpje, doet hen schaterlachen. Twee meter verder liggen oudjes te slapen in een hangmat, anderen eten gehurkt vliegensvlug uit een kommetje dampende soep. En ik zie frêle vrouwtjes, kromgebogen onder een loodzware juk, met aan weerszijden een rieten mand met levende kippen.

Op het ritme van de motor

Dag vijf is een luilekkerdag… en de stilte voor de storm. Het ontbijt wordt langgerekt geprogrammeerd en terwijl de crew de grensformaliteiten met Cambodja vervult, hult het schip zich in een ‘dolce far niente’-sfeertje. We glijden door de Mekong, door een onmetelijke verlatenheid, een steeds groter wordende stilte. Dat duurt tot vier uur in de namiddag, wanneer we onder grote belangstelling van de flanerende koppeltjes op de kade dokken in de hoofdstad Phnom Penh en een tochtje per tuktuk ons weer in actieve modus brengt. Het is te zeggen: het shockeffect werkt, we krijgen de metropool als een natte dweil in het gezicht geslingerd. Eens van boord ruilen we het Frans voor het Engels, net zoals de 333-pils vervangen wordt door het lekkere Kingdom Beer.

Oosters optimisme

Vandaag ontdekken we de roemrijke hoofdstad grondig. Ze zeggen weleens dat de Italianen het luidste volk ter wereld zijn. Ik betwijfel dat. Het gerochel en gesnotter, de strijd om de aandacht van de fietsers, de straatventers en de echo van de straatkinderen in Phnom Penh: ze zoemen als sluimerende hoofdpijn door je hoofd, versterkt door het geknetter van ontelbare bromfietsen. Bijen zijn er niets tegen. Dertig jaar oorlog en dictatuur hebben Cambodja al die tijd van de toeristische kaart geveegd, het land sidderde onder de terreur van de Rode Khmer. Maar Pol Pot is dood en begraven. Cambodja herademt, zoekt een weg, een toekomst. Het voelt dan ook als een ontdekkingsreis, al weet je dat er een zware schaduw over het land hangt: naar schatting 2,2 miljoen mensen kwamen in het Rode Khmer-tijdperk (1975-1979) om door executie, uithongering of uitputting. De littekens – de Killing Fields op kop – zijn nog zichtbaar. Wie de beklemmende verfilming heeft gezien, weet welke afschuwelijke drama’s zich in die periode hebben afgespeeld. Maar men veegt hier de spons over het verleden, hoe beladen ook. Of liever: men probeert dat, met veel optimisme. In principe heeft Cambodja nu een democratisch regime, hoewel dat een rekbaar begrip is. Sindsdien leeft het land met twee snelheden. Enerzijds de boeren (goed voor tachtig procent van de bevolking), anderzijds de ondernemers, gelokt door de ongebreidelde markteconomie. Ze starten bouwprojecten die het land de moderniteit moeten binnenloodsen. Phnom Penh etaleert dat perfect. Nu en dan scheurt er een gigantische terreinwagen door de smalle straten. Zwart, met geblindeerde ruiten. Gidse Peaset – in vlekkeloze nationale klederdracht, tot en met de parels in het haar – troont ons mee naar het koninklijk paleis en de zilveren pagode. Een visitekaartje. Daarna bezoeken we het Nationaal Museum en lunchen we in het gegeerde restaurant Titanic in de haven. Bij wijze van dessert, dat gegarandeerd op de maag blijft liggen, bezoeken we het Tuol Sleng Museum, schooltje S21, in de realiteit een vernietigingskamp genre Auschwitz. Slik. Jonge dansers die nu al weten dat ze zich een leven lang zullen wijden aan de Apsara Dance, de traditionele Khmer-dansen, brengen ons ’s avonds terug in evenwicht. In Phnom Penh probeert men vooral vooruit te kijken.

Landschappenwalhalla

En dan volgen weer twee dagen varen. Hoe noordelijker we vorderen, hoe mooier de Mekong wordt. Idyllischer vooral. Geen vrachtschepen meer zoals in Vietnam, maar families met kleine bootjes, mangroves en paalwoningen. En het wordt ook groener. Soms lijkt het wel alsof we op de Amazone varen, of in Botswana op de Okavango-delta. Ook de kleur van de rivier verandert. Het chocoladebruin van het zuiden is nu grijsgroen geworden. Onderweg bezoeken we in Koh Chen een zilversmid en een lokaal schooltje waarmee de rederij een kleinschalig hulpprogramma heeft opgezet. We rijden met een ossenkar in Kampong Tralach en ’s avonds legt de kapitein aan op een zijarm van de stroom – gewoon: met één touw rond een palmboom. En terwijl buiten de insecten rond de scheepsverlichting dansen, worden binnen lekkere gin-tonics geschonken. De volgende dag ankeren we in Kampong Chhnang, waar we met minibusjes de jungle intrekken op zoek naar het geheim van kokosmelk. En op de retour staat een tochtje over de drijvende markt op de planning. Het is te zeggen: met ons bootje banen we ons een weg door die markt. Maar het is duidelijk dat de hoofdschotel lonkt: de tempels van Angkor Wat, Unesco-werelderfgoed, filmdecor van Tomb Raider (2001, met Angelina Jolie), de apotheose van deze bootreis.

De jungle geeft, de jungle neemt

We zijn ’s middags ontscheept vanop het Tonlemeer, even later ingecheckt in het hotel en klokslag veertien uur staan we op de site van Banteay Srei, de parel van de klassieke Khmer-kunst. De tempel wordt ook wel de ‘citadel van de vrouwen’ genoemd, zeer laat ontdekt (1924) en daarom van een zeldzame verfijning. De reeks tempels van Angkor zijn in een periode van zeshonderd jaar gebouwd door verscheidene Khmervorsten en verschillen daardoor duidelijk qua bouwstijl. De oudste dateert uit de negende eeuw en in totaal zijn er honderden tempels verspreid over zo’n vierhonderd vierkante kilometer. Maar Siem Reap met Angkor Wat (de vijf tempeltorens zijn het embleem van de nationale vlag) is het epicentrum, honderd exemplaren op 25 vierkante kilometer. Daar trekken we dan ook de laatste dag naartoe: Angkor Wat, wie wil het niet zien? Officieel is dit het grootste en meest indrukwekkende religieuze bouwwerk ter wereld. Goed, maar ons weet vooral Ta Prohm te verleiden. Hier heeft de natuur weer de bovenhand genomen, met als resultaat dat de bomen zich via hun wortels in de tempel infiltreerden. Langzaamaan overgroeien deze octopusarmen van ‘Le Fromagier’ alles, een hallucinant beeld. Haal alle boomwortels weg en het complex zakt in elkaar. Dit is wat ik me ook lang bij de Angkor-site had voorgesteld: verlaten ruïnes in de jungle, met enorme wurgbomen als bewakers, gefilterde zonnestralen en het geheel bemost door het regenseizoen. Het klopt allemaal, maar je moet de drie miljoen bezoekers per jaar wel even wegdenken. Deze tempels zijn altijd de ‘chasse gardée’ geweest van Franse archeologen. En het moet gezegd: ze hebben fantastisch renovatiewerk geleverd. Ondertussen zetten steeds meer landen – waaronder ook België – zich op het lijstje, want als de mens niet ingrijpt, neemt de jungle het in een mum van tijd weer over. Goddelijke devotie of niet.