//Zuid-Afrika voor levensgenieters – De Kaap – On the road

Zuid-Afrika voor levensgenieters – De Kaap – On the road

Langs de mooiste wegen van de Kaap en onderweg de fijnste restaurants, de lekkerste wijntjes en de charmantste hotels. Cruisen langs de Kaap het Goede Leven, een weekje lang. Baie, baie lekker.

Tip van Omnia Travel

Bent u klaar om te vertrekken want De Kaap is klaar om u te verwelkomen!

Een reis doorheen Zuid-Afrika begint of eindigt meestal in Kaapstad.Deze wereldstad is uniek in zijn soort. De Tafelberg, grote trots van de Kaap. Stranden aan Camps Bay. Pinguïns op Boulders Beach. Kaap de Goede Hoop. Wijn proeven nabij Stellenbosch. De Tuinroute, een absolute must!
De Kaap is heel gevarieerd. Bent u klaar om te vertrekken want De Kaap is klaar om u te verwelkomen!

We selecteerden voor u onderstaande self-drive reis: LUXE WESTERN CAPE WINE & SAFARI (10 dagen)
Dit programma bevat een privétour aan het Kaapse Schiereiland met oa bezoek aan een eiland met Kaapse Zeeberen, stop aan Kaap de Goede Hoop, bezoek aan de pinguïnkolonie op Boulders Beach en de botanische tuinen van Kirstenbosch.
U verkent de Tafelberg en Kaapstad met uw gids. ‘s Avonds nipt u cocktails aan het strand van Camps Bay.
Een “Helikoptervlucht” brengt u naar de wijnlanden van Franschhoek.
Vanaf hier verder per huurwagen naar Cederbergen en Kleine Karoo, de thuishaven van de witte leeuwen. Laatste stop vooraleer terug te rijden naar Kaapstad: Hermanus, de Rivièra van het Zuiden.

ACCOMMODATIES
The Twelve Apostles Hotel & Spa, L’Ermitage Château & Villas, Buschmans Kloof Wilderness Reserve, Tilney Manor, Harbour Square (of gelijkwaardig).
Inbegrepen: thee en koffie in Tilney Manor.
Huurwagen Mercedes C Class automatic met GPS (of gelijkwaardig) van dag 5 tot 10.
“Helikoptervlucht” naar de wijnlanden, privé-gids en wijnproeven.

PRIJS
Prijs per persoon: vanaf 3.935 EUR voor 9 overnachtingen o.b.v .een 2 persoonskamer en maaltijden volgens programma. (vluchten zijn niet inbegrepen)

Dit is één reis uit de vele mogelijkheden, wenst u graag een ander voorstel

Inschrijvingsformulier Aanbiedingen - Form in Post
Sending

Of boek uw reis naar De Kaap online

Huurauto boeken

De Kaap

HET KAAPSE WIJNLAND strekt zich uit over een schitterende regio ten oosten van Kaapstad. De wegen zijn in goede staat en duidelijk bewegwijzerd. Je hoeft geen specialist te zijn om van Kaaps wijntoerisme te genieten. Een levensgenieter zijn daarentegen, is een must. Voor geïnteresseerde liefhebbers zijn de Zuid-Afrikaanse wijnhuizen ideaal. De instapdrempel is laag en je hoeft niet met termen als ‘grommende wijn’, ‘een smaakpalet als een regenboog’ of ‘scherp in de neus’ te kunnen goochelen om je hier thuis te voelen. Bovendien liggen de wijnhuizen dicht bij elkaar.
Klimaat: Het weer aan de Kaap is aangenaam lekker van oktober tot en met april. De temperaturen stijgen dan overdag tot dertig graden. De resterende maanden worden als winterseizoen omschreven. Het regent dan meer, en vijftien à twintig graden is de norm. In onze wintertijd is het in Zuid-Afrika één uur later.
Erheen: Qatar Airways verbindt Brussel met Kaapstad via een korte overstap in Doha. Je reist per nieuwe A350 en Boeing 777. De service is top.
Transport: Met het Express Service pakket van Sunny Cars krijg je voorrang bij het ophalen van je huurauto. Ideaal als je de wachtrij wilt omzeilen. Door online registratie vooraf ligt je huurcontract al ingevuld klaar. Klantvriendelijke tankregeling FF is inbegrepen (vol-vol, auto inleveren met dezelfde benzinestand als bij ophalen). Bovendien: Sunny Cars biedt een gesloten voor- en nacalculatie door het all-in concept. Dat wil zeggen: nooit een eigen risico bij de verzekeringen.
Weten, lezen en surfen: Je hebt een internationaal paspoort nodig, geen visum. Inentingen zijn niet nodig voor de Kaap. De munt is de (zeer goedkope) Zuid-Afrikaanse rand. Rijden doe je links, met je gsm heb je overal goed bereik.

Wonderchef en tv-persoonlijkheid Reuben Riffel, die ooit begon als ober maar ondertussen uitgegroeid is tot een heuse celebrity chef, heeft als lunchmenu een carpaccio van rundsvleesmet gorgonzolachips, parmezaanse kaas en gekarameliseerde uitjes op de kaart van zijn restaurant Reuben’s staan. En dat voor een maandag. De sommelier beveelt daar met zeer overtuigende blik een Cartology 2014 van Chris Alheit uit Hemel en Aarde Vallei bij aan, pure cult in flessen. Het One & Only Hotel –een van de betere adresjes in Kaapstad, langzaam maar zeker dé foodie-hoofdstad van Zuid-Afrika- vervult zijn rol met verve. Geen beter startadres voor een smaakpapillenstrelende Kaapse tocht dan dit succulente stadshotel. Terwijl buiten de thermometer 29 graden aanwijst en de schaarse wolken samenklitten rond de flanken van de Tafelberg, kijken we de nieuwe Platters-gids in, door vriend en vijand erkend als de belangrijkste wijn- en culinaire referentie. Nog snel brengen we kleine wijzigingen aan in ons programma. Schreef Michael Palin tijdens zijn ‘Pole to Pole’-reis niet in zijn dagboek: “Kaapstad? Er zijn slechtere plaatsen in de wereld om rond te hangen.”

De metamorfose van de Kaap

Een plaats waar twee oceanen samenkomen is, waar ook ter wereld, zelden teleurstellend. In Kaapstad is dat niet anders. Waar de Indische en de Atlantische Oceaan elkaar omhelzen, heerst datzelfde onverklaarbare gevoel. Is het de sfeer van ontplooiing, verademing en optimisme na een turbulente politieke geschiedenis? We zijn vanochtend via Constantia afgezakt tot Kalk Bay waar het bij Salt prima lunchen is. Ook Café Olympia, letterlijk naast de deur, is een gegeerd adresje, maar de rij wachtenden was ons te lang. Eerste stop van onze daguitstap worden de Afrikaanse pinguïns van Boulders, onderdeel van het Table Mountain National Park. De overheid plaatste hier riante verhoogde houten wandelterrassen zodat je de uitgebreide kolonie redelijk onverstorend maar toch van dichtbij kan bezoeken. De locatie is op zijn minst gezegd apart: de honderden beestjes leven er eigenlijk te midden een residentiële wijk, aangetrokken door de beschutting van een kleine baai met fijn zandstrand. Ooit begonnen met twee broedende paartjes in 1982, zijn het er 35 jaar later meer dan 2.200. De Afrikaanse pinguïns, die niet uitmunten in grootte, staan op de lijst van de bedreigde diersoorten. Op honderd jaar tijd verdween 90 procent van de totale populatie, die vandaag op 150.000 wordt geschat.
Kaap de Goede Hoop bevindt zich op het zuidelijke punt van het Kaapse Schiereiland en is het officieuze

(lees: toeristische) zuidelijkste punt van Afrika, want Cape Agulhas is de effectieve plek. De Kaap, een verlaten bergplank met woeste stranden waar struisvogels vrije baan opeisen, wordt traditioneel gezien als markering voor de overgang tussen de Atlantische Oceaan en de Indische Oceaan en trekt zoals alle gelijkaardige mijlpalen ter wereld veel volk. Een deel daarvan beklimt de rots naar het Cape Point Lighthouse (al is dat niet de mooiste vuurtoren van de regio, die staat op de flank van Buffels Bay), het gros deint uit naar de lagergelegen stranden, waar zich ook het verplicht nummertje bevindt: het locatiebord Kaap de Goede Hoop, inclusief de GPS-coördinaten. Selfie time!
De retour is niet zomaar een ritje terug. We kiezen voor de scenic drive: Chapman’s Peak Drive, een prachtig slingerende (tol)weg langs de kust. Achter elke bocht bevindt zich weer een ander adembenemend uitzicht. Deze Drive, die Hout Bay en Noordhoek met elkaar verbindt, wordt een van de mooiste kustroutes ter wereld genoemd. Terecht, dit is pure filmlocatie. Aperitieven doen we in Openwine te midden de hippe City Bowl-wijk van Kaapstad. Loop Street, Long Street en Bree Street zijn de namen die u moet onthouden. En na een flesje overheerlijke De Morgenzon chenin blanc, wacht ons het culinaire genot van Chef’s Warehouse, waar je letterlijk in een soort kruidenierswinkel aan grote tafels aanschuift maar in het bord gegoocheld wordt met Michelinster-waardige gerechten. Wanneer de rekening komt, lijkt het wel alsof de helft niet aangerekend werd. De historisch lage koers van de Zuid-Afrikaanse rand maakt tafelen hier bijzonder aantrekkelijk. Kunnen we zo’n leven een week volhouden?

Wijnroute is heuvelweg

Een dagje Cape Town City. Dat zijn ijsjes van Unframed, gin-tonic in de rooftop bar van het amper 28 kamers tellende The Silo Hotel (een voormalige graansilo uit 1924 waar nu het Zeitz MOCAA Museum huist met daarbovenop dit adembenemend hotel) en een zes weken gerijpte rumsteak van 400 gram bij ASH restaurant genoemd naar de voornaam van de vrouwelijke chef/eigenaar Heeger. De kortharige no-nonsense-chef leerde de stiel bij Luke Dale Roberts van The Test Kitchen, een restaurant dat het tot instituut bracht. ASH heeft een lagere instapdrempel, doch de kwaliteit van het grillwerk is subliem. De volgende dag roept het binnenland. We scheuren met onze Toyota Fortuner –alle huurwagens in de Kaap komen in het wit– los door het hinterland: schilderachtige, weids uitgestrekte en diepgele landschappen omgeven door onder meer de mooigenaamde Klein Drakenstein Mountains. Wolkjes hangen als een tafelkleed over de pieken, struisvogels nemen in de oneindige vlaktes de plaats van koeien in. Thuishaven voor de volgende twee nachten is Mont Rochelle, een apart hotel in Franschhoek dat sinds mei 2014 in handen is van Richard Branson. De flamboyante Britse ondernemer voegde het toe aan zijn gelijknamige hotelgroep, een eigenzinnige verzameling van 8 excentrieke plekken waarvan Necker Island op de Britse Maagdeneilanden het bekendste is. “Sir Richard Branson heeft alleen interesse in excentrieke locaties”, zegt de piekfijn verzorgde en op muiltjes lopende gastvrouw terwijl ze ons met een glas bubbels rondleidt in het landhuis dat na een ‘million dollar’-renovatie straalt als nooit tevoren.“En Franschhoek mocht niet langer op dat lijstje ontbreken.” Terwijl we bij valavond op het open terras genieten van het panoramisch uitzicht op de Groot Drakenstein-berg, laat de conciërge weten dat de gevraagde reservaties allemaal in orde in. “Met heel veel plezier, boss”, lacht de breedgeschouderde portier. “Een mooie selectie trouwens.”

Van smaakbom naar smaakbom

Ontbijten op het terras van Mont Rochelle is een afspraak met de goden. Terwijl de excellente staff ons verwent met oer-Franse croissants, huisgemaakte confituren en pico bello koffie, raken we niet uitgekeken op het glooiende landschap van de vallei waarin Franschhoek beneden ons perfect ingekapseld ligt. En dan roept de weg. “Signore e signori: accendete i motori!”, zou men roepen in Toscane. Maar geen haast. Onze eerste dag beogen we rustig, geen kilometers vreten. Integendeel, het gaat ‘m er net om traag te reizen en intensief te genieten. We rijden de bochtige invalsweg van het hoteldomein af, cruisen door Franschhoek-centrum en slaan rechtsaf bij het Hugenotenmonument.
Nadat de stichter van de Kaapkolonie, Jan van Riebeeck, de eerste uit Spanje, Frankrijk en Duitsland ingevoerde wijnstokken aan de voet van de Tafelberg geplant had, schreef hij op 2 februari 1659 in zijn dagboek: “De Heer zij geloofd, vandaag is voor de eerste keer uit Kaapse druiven wijn geperst.” Van Riebeeck had nooit kunnen vermoeden dat hier later een van de belangrijkste wijngebieden van het zuidelijk halfrond zou ontstaan. Eerst de Hugenoten en later de Duitsers tilden de lokale wijn naar een hoger niveau. Een immense luizenplaag aan het einde van de negentiende eeuw betekende bijna het einde voor de wijnboeren, maar met nieuwe Amerikaanse wijnstokken ging het weer de goede weg op. Buitenbeentjes van carrièremakers voelen zich thuis in zo’n terroir. Neem nu Marc Kent, het doel van ons voormiddaguitstapje.

Deze hyperactieve topproducer annex gezellige wonderboy wordt beschouwd als geslepen zakenman én enfant terrible. Hoe dan ook: Kent maakt ongelooflijk lekkere wijnen in verscheidene prijsklassen. Wijnexperten noemen hem ‘geniaal’, een createur van ‘poëzie in flessen’.
“Laten we eerst de nieuwe oogst proeven alvorens te praten!”, zegt hij wanneer we hem in zijn megahippe vernieuwde tasting room begroeten. Zijn drie XXL-honden wijken geen meter, uit de stereoketen klinkt de Iers-Gaelische Enya. Marc Kent praat snel en veel, zijn ogen fonkelen. Als duivel-doet-al van het wijnhuis Boekenhoutskloof maakt Kent furore in een regio waar men de meest opwindende nieuwe wereldwijnen produceert. “Toen we hier in 1996 voorzichtig begonnen, produceerden we zesduizend flessen”, zegt Kent. “Ondertussen zijn we goed voor vijf verschillende merknamen, veertien etiketten en drie en half miljoen flessen. De toekomst? Fris blijven, innoveren, de lat net dat ietsje hoger leggen voor volumineuze wijnen. En zolang we naast onze toplabels ook blijven focussen op vlotte, zachtgeprijsde, jonge drinkwijntjes, is er geen vuiltje aan de lucht. Want dat is de nieuwe nood. Wereldwijd. Oude bewaarwijnen onder een dikke laag stof die de eerste tien jaar niet drinkbaar zijn, dat is niet meer van deze tijd. Niets tegen zulke flessen hoor, maar die open je alleen op een heel speciale gelegenheid. Een frisse, elegante sauvignon blanc daarentegen wordt alle dagen gedronken.”
Bij het proeven van een Chocolate Block uit 2012, een internationaal zeer gewaardeerde fles, verklaart Marc Kent het succes van de regio. “Franschhoek heeft niet alleen met wijn te maken, maar ook met het feit dat we wijn, eten, hotellerie en toerisme harmonieus laten samenvloeien. Zo wordt wijn plots een bestemming, een totaalproduct. Voeg daarbij een wijnportfolio dat verscheidene prijsklassen bedient, en het kan niet meer stuk.”

De tuinen van Babylon(storen)

Dat hebben ze zeer goed begrepen in Babylonstoren, onze lunchlocatie. Het domein situeert zich op zo’n half uur rijden van Boekenhoutskloof en toont aan wat Marc Kent net verhaalde. Babylonstoren is een historische boerderij uit 1692 met immense afmetingen. Vier jaar geleden vroegen de eigenaars aan Karen Roos, ex-directeur van het magazine Elle Decoration, om het complex om te vormen tot een ‘place to be’ met restaurant, brasserie, een hotel, een artisanale winkel, een spa center, enz. Het resultaat van de reïncarnatie is verbluffend, merken we wanneer we de parkwachter 20 rand toegangsgeld betalen, eerder een donatie om de 300 plantensoorten in de tuin een lang leven te garanderen. We lopen langs de ommuurde twaalf suites en vinden twee kleurrijke stoeltjes in de schaduw van de serres. Daar, in The Green House hebben we een fantastische lunch: om je vingers bij af te likken. Franschhoek is uitgegroeid tot de gastronomiehoofdstad van Zuid-Afrika. Momenteel zijn er meer dan dertig pico bello restaurants waarvan er drie zich in de Zuid-Afrikaanse top-tien gepositioneerd hebben. Om opbouwend te werk te gaan, opteren we vanavond voor Reuben’s, de jonge celebrity chef die we reeds in Kaapstad proefden. Tot vorig jaar was zijn in 2004 geopend flagship restaurant -het moederhuis zeg maar- in Huguenot Street hartje Franschhoek gelegen, maar in de lente van 2017 verhuisde hij naar een indrukwekkend pand aan de andere kant van de straat. Bistro cooking is de stijl, upmarket de kwaliteit, laagdrempelig het bon chic-gehalte. Na een apero-glas sauvignon blanc aan de vliegtuigvleugel die de bar vormt in de tuin, kiezen we voor enkele roemrijke klassiekers (varkensbuik, in peper en zout gemarineerde inktvis… nooit een gerecht te complex maken is de gouden regel van Reuben) en laten een flesje organic Reyneke pinotage aanrukken. Deze laatste is hier in rood wat chenin blanc in wit is: de druif die een thuiswedstrijd speelt. En zoals wijnmaker- rebel Adi Badenhorst ooit liet optekenen: “Een pinotage is als een politicus: you love him or you hate him!” We love!

Jonge wijn uit oude grond

De Kaapse wijn met zijn wild opstuivende aroma’s is enorm populair en niet voor niets zit tachtig procent van de landelijke productie hier gecentraliseerd. Toch is het maar sinds de afschaffing van de Apartheid in het begin van de jaren negentig – toen Nelson Mandela zijn vrijheid tegemoet wandelde – dat de wijnbouw hier een hoge vlucht nam. De exportsancties werden opgeheven, de internationale markt lonkte. Om de wereldwijde concurrentie aan te kunnen (ook Chili, Australië en Nieuw-Zeeland braken toen door), was Zuid-Afrika wel verplicht om de kwaliteit van haar wijnen drastisch te verhogen, want tot voordien gaven wijnkenners de Kaapse wijnen heel wat minder punten. Die globale transformatie is op geen tijd gelukt in de Kaap. Perfecte klimaat- en bodemomstandigheden, voldoende (buitenlandse) middelen en een lange traditie maakten dat de Zuid-Afrikaanse labels heel snel heel populair werden. Maar het gaat niet alleen over de wijn. Het gezellige Franschhoek kent een waar commercieel sneeuwbaleffect.

Winkels allerhande, vastgoedmakelaars en de betere specialiteitenzaken deden hun intrede. Franschhoek, het Saint-Tropez van de Kaapse wijn, boomt! Het is dan ook redelijk druk wanneer we de volgende ochtend ontbijten op het terras van Essence, een koffiebar powered by Illy. Dit huis van vertrouwen is bekend voor zijn French toast (‘gewonnen brood’ in het Nederlands of ‘pain perdu’ in het Frans – sic) met bacon. In Nieuw-Zeeland noemen ze dit ontbijtgeweld ‘a Hungry Aucklander’. Vandaag bollen we richting Stellenbosch. Geen mooiere locatie voor een pitstop onderweg dan domein Boschendal, een landhuis met tuinen uit 1690. Traag rijden we de majestueuze oprijlaan af. De bijgebouwen (slavenverblijf, koetshuis en wijnkelder) lopen parallel aan weerszijden van de weg, de laatste twee pronken met neoklassieke siergevels uit het jaar 1802. “Omring deur berge, in ’n pragtige, vrugbare vallei, groei die vrugte so soet en sappig, dat dit ons vrugtesap beroemd gemaakt het,” lezen we op de wijnkaart. Waar anders wil een mens het aperitief nemen?

Postkaartdorpje

Stellenbosch, ook ‘de stad van de eiken’ genoemd, beschikt over een zeer aangenaam historisch stadscentrum met mooie huizen in Kaaps-Hollandse stijl. De stad werd gesticht in 1679 door de toenmalige gouverneur Simon van der Stel die de plaats Stel-en-bosch, het bos van Stel, noemde. Zes jaar later werd er een kerk en een gerechtsgebouw opgericht, sinds 1918 is Stellenbosch een universiteitsstad. We kuieren door de binnenstad, bezoeken het Village Museum en genieten van de jeugdige sfeer. Altijd hetzelfde verhaal: in een universiteitsstad is er bij mooi weer geen stoel op een terrasje te vinden. En wat leren we in ‘Oom Samie se Winkel’, de bekendste dorpswinkel van Stellenbosch? “‘n Smaak so verruklik”, luidt de wijnslogan. Dat bordje kopen we voor thuis. Op voorspraak van de conciërge hebben we nog een tafeltje kunnen bemachtigen bij Foliage. De wat excentriek ogende chef Chris Erasmus (tatoeages, Afghaans baardje, piraat met witte schort zeg maar) maakte jarenlang het mooie weer in het restaurant Pierneef van het wijndomein La Motte. Hij liet het zelfs doorstoten tot de nationale top-10. Ondertussen heeft Chris – oordeel niet te snel, hij is de vriendelijkheid zelve– een eigen zaak opgestart. Speelse smaakverrassingen op basis van wilde ingrediënten en een gezellige sfeer door de open keuken, zijn de rode draad van Foliage. Wij opteren voor wilde champignons, rieken exotische kruiden als de boerbok passeert, vervolgen met een kleine risotto en rundsvlees américain gelardeerd met een vleugje Azië, India zelfs. De porties zijn maniakaal juist gedoseerd, de combinaties hemels. Wanneer we na het drie uur durende culinaire festijn onder een volle maan en met een zachte bries in de rug terug de berg op rijden, moeten we denken aan een nota in het gastenboek: “Ek het nog nooit so speciaalgevoel nie’… ”

Naar de kust. En de walvissen.

De week schuift deftig. Vandaag gaan we kilometers vreten. We vertrekken vroeg en daar zullen we geen spijt van krijgen. Via de Franschhoek Pass van de Hottentots Holland Mountains verzeilen we in diepbruine heuvels om dan langs de R45 en R43 langzaamaan via uitgestrekte saffraangele weilanden af te dalen tot zeeniveau. Prachtig toch. Hermanus staat bekend als de meest geschikte plaats om vanaf het vasteland walvissen te observeren. Het vroegere vissersdorp, dat nu tot een populaire vakantiestad is uitgegroeid, heeft zelfs een ‘Whale Caller’, een belleman, in dienst. Die kondigt het opduiken van walvissen aan met een krachtig belgerinkel. Maar de warme zomermaanden zijn niet het juiste seizoen, want in december verlaten ze de regio en voor juni zie je ze niet terug. Wat in november wél leuk is, is lunchen op het schaduwrijke terras van Lizette’s Kitchen, het geesteskind van Lizette Crabtree. De rijzige blondine, die zichzelf voorstelt als ‘a bush girl at heart’ was jarenlang chef in Vietnam, keerde terug naar de Kaap, en opende in een oude boerderij in Hermanus haar eigen restaurant. De oude scooter binnen roept herinneringen op aan Saigon, de kaart nog meer. Fusion is het toverwoord, flatbread pizza de specialiteit.
Laatmiddag bollen we terug naar Franschhoek. Dit keer kiezen we de panoramische achterafweg R44 tot Gordon’s Bay en de R321, door autobouwers dikwijls gebruikt in commercials. De reden is voor de hand liggend: oogstrelend asfalt in een decor dat wel geschilderd lijkt. ‘s Avonds eindigen we, zoals dat hoort, in schoonheid. Op aandringen van wijnmaker Marc Kent werd gereserveerd in Le Lude Orangerie, een nieuwe hotspot, ‘best in town’. We dansen de tango met speelse smaakverrassingen op basis van wilde ingrediënten die de vrouwelijke chef Nicolene Barrows uit haar mouw schudt. Kortom: niet te verwonderen dat dit gourmetadresje alle dagen volzet is. Baie lekker, Nicolene! Jezus, Maria, Jozef… Wie niet in de Kaap geweest is, heeft niet geleefd!

Paternoster

De reis waardig afsluiten doen we met de zilte smaak van Paternoster. Niet zo lang geleden was dit een vergeten vissersdorp aan het eind van een verlaten, dorre weg. Nu is het een hippe trekpleister. Laat het woord Paternoster vallen in Kaapstad, en iedereen knikt bevestigend. Logisch ook: daar bevinden zich de belangrijkste gasten van dit spierwitte minuscule vissersdorpje aan de Wes Kus (zonder t geschreven in het Afrikaans). Het heeft een droomstrand aan de Atlantische Oceaan, op zo’n 150 kilometer ten noorden van Kaapstad. Paternoster is een parel van een plek. Onbekend wil ook niet zeggen onbereikbaar want het kustdorp ligt op ongeveer twee uur comfortabel rijden van Kaapstad. De reden waarom deze kant van de Kaapse kust (600 kilometer puur natuur tussen Kaapstad en de grens met Namibië) nog niet ontdekt werd, of tenminste nog niet door het grote publiek, is begrijpelijk. De reisroute gaat meestal de andere kant uit, naar charmante kuststadjes en vergezichten over de blauwe en warme tropische Indische Oceaan, langs de populaire Garden Route, een van de meest bereisde routes van Zuid-Afrika. Paternoster daarentegen bevindt zich aan de andere kant, waar de koele Atlantische Oceaan onstuimig op de verlaten en brede stranden inbeukt. In tegenstelling tot de Indische Oceaan is zwemmen hier enkel weggelegd voor wie goed tegen een paar graadjes minder kan. En dat allemaal maakt het ‘roads less travelled’ dus. De Westkust was – tot op heden – uitsluitend populair bij Capetonians die hier in het weekend (letterlijk) komen uitwaaien, in zomerhuisjes met vrienden samenkomen, een barbecue – a.k.a. braai – aansteken en toasten met veel lokale wijn en

bier. “Tien jaar geleden was Paternoster niet meer dan een visserscommune opgetrokken uit witte kalksteenhuisjes met blauwgeschilderde ramen en luiken”, legt de gastvrouw van de artisanale souvenirshop ‘The Gallery’ uit. “Je zou bijna denken dat er hier ooit een kolonie Grieken aanspoelde en een kopie van hun thuisland optrok.” Geld werd er vooral verdiend met de visvangst. Van snoek tot crayfish, de lokale versie van een grote kreeft. Tot een paar jaar geleden meer en meer Capetonians huisjes begonnen op te kopen om er in het weekend te komen uitrusten. Links en rechts opende een bed & breakfast en wat later een restaurantje dat enkel in het toeristische seizoen open was. Maar na een tijdje ontwikkelde zich een charmant en kleinschalig toerisme dat zich tegenwoordig vooral concentreert op de nieuwe reizigers. Weerkerende liefhebbers van Zuid-Afrika willen dieper het land in, willen andere dingen zien. En die occasionele, bijna verdwaalde reiziger komt vaak tot de vaststelling dat dit de mooiste plek van zijn hele reis blijkt te zijn. “Neem de wilde westkust van Kaapstad, bestrooi het met wat mediterrane joie de vivre en sluit af met een flinke dosis Zuid-Afrikaanse charme. Welkom in Paternoster”, lacht de manager van het vijfsterren Strandloper Ocean Boutique Hotel. Ook wij hebben snel door dat bons vivants dit boetiekhotelletje best niet overslaan. Het miniresort opende in 2013 en bevindt zich op een unieke plek: de laatste straat van het dorp, vlak aan de duinen. Je kan er logeren in een van de twaalf kamers of in een stijlvol gedecoreerd huisje dat veel wegheeft van een buitenmaatse strandcabine in maritieme kleuren.

Tien kilometer strandlijn

Over de herkomst van de naam Paternoster doen twee theorieën de ronde. Het zou gaan om een bepaalde vishaak die hier vervaardigd wordt, of om een Portugees schip dat hier op de klippen liep en waarvan slechts enkele opvarenden, met een paternoster in de hand, het overleefden. De locals verfijnen die laatste stelling nog. Volgens hen betekent Paternoster doodgewoon ‘Onze Vader’. De Portugezen nemen ze er maar bij. Paternoster is niet alleen een pittoresk dorp, het heeft ook een schitterende kustlijn. Heerlijk uitwaaien aan een tien kilometer lang wit zandstrand… Het is hier tijdloos. Gesofisticeerde rust zonder hoogbouw en met een onbeschrijflijke weidsheid. Actievelingen bezoeken vijf kilometer verderop het Tietiesbaai Nature Reserve, waar de laatste bemande vuurtoren, de Cape Columbine, de zeeschepen veilig langs de kust loodst. En dat was in het verleden wel eens anders, voordat de vuurtoren wacht hield is menig schip hier vergaan. Dat leidt dan weer tot bijzondere duikactiviteiten langs deze kust. De volgende ochtend, terwijl we de koffers pakken om terug richting Kaapstad te rijden, worden we vergast op hardnekkige ochtendmist die blijkbaar zeer typisch is voor dit stukje koele Atlantische kust. Maar niet getreurd: iedereen is hier ‘baie bly’. Gewoon gelukkig dus. Kaap-het-Goede-Leven.

2019-03-07T10:19:36+02:00Tags: , , |

Welkom op onze website