Primo drie dagen per e-bike via snedige lussen door Italiës meest bejubelde landdeel. Secondo, ook op twee wielen maar dan gezeten op een legendarische Vespa, dieper het oogverblindende hinterland in. Terzo met een Fiat 500 de verdere uithoeken van Toscane ontdekken. Zo’n tiendaagse reis hoeft niet langer een droom te zijn: het kan nu in de sfeer van toen ‘la vita’ nog ‘dolce’ was! Want Toscane bereizen is koketteren met de ideale zuiderse vakantiesfeer.

Tip van Omnia Travel

Zalig e-biken in Toscane... Ervaar zelf een stukje van de legendarische koersen!

Ervaar zelf een stukje van de legendarische koersen over de ‘strade sterrate’ van de befaamde Chianti-wijnstreek, langs cipressen en wijngaarden, abdijen en kastelen. Getraind hoeft u niet te zijn, want de ‘Haibike’, een elektrische mountainbike, voert u gezwind of ‘full gas’ (dixit Sagan) over de hellende wegen en grindstroken. U alleen bepaalt uw snelheid, terwijl uw begeleider zorgt voor deskundig advies én voor uw fiets! Na deze prachtige rit wacht u een typisch Toscaanse lunch én een lekker glaasje wijn in een authentieke ‘Osteria’.

PRIJS

• Vanaf 410 EUR per persoon
• 4-daagse trip met mountainbiketocht

PRIJS OMVAT

  • 1 elektrische mountainbike en helm per persoon
  • +/- 40 km fietsen (van +/- 9u00 tot 13u00) met de ‘Haibike’ en een begeleider in het Engels (Nederlands op aanvraag) in de Chiantistreek
  • 1 lunch (3 gangen, water en wijn inbegrepen) in een typisch Toscaanse ‘Osteria’ per persoon
  • 3 nachten in een dubbele kamer, inclusief ontbijt, in Relais Villa Olmo ****

Bovenstaande is een indicatie. Uiteraard werken wij met veel plezier een op maat gemaakte offerte voor u uit.
Prijzen zijn afhankelijk van het ogenblik van de reservatie en onder voorbehoud van beschikbaarheid.

Dit is maar één reis uit de vele mogelijkheden, wenst u graag een ander voorstel

Inschrijvingsformulier Aanbiedingen - Form in Post
Sending

Of boek uw reis naar Toscane online

Huurauto boeken

Praktisch

Slow travel in Toscane: Of het nu de fiets, Vespa of Fiat 500 betreft, houd het aantal dagelijkse kilometers beperkt! Het blijft de bedoeling om ook rustig te tafelen of een museum te bezoeken. Het laatste wat je moet doen is er een wedstrijd van maken. Integendeel, het gaat erom traag te reizen en intensief te genieten. Festina lente: Haast je langzaam!
E-bikes zijn een ecologisch antwoord op de noden van de milieubewuste reiziger. Je kan gidse Sophie inhuren, maar ook met een roadbook via een app op pad gaan. De organisatie stelt een noodnummer ter beschikking voor wie lek rijdt of een technisch probleem ondervindt. De minimumleeftijd is 12 jaar.
Vesparijden kan (bijna) iedereen! Dertig seconden technische uitleg, en weg ben je. Zelfs een tachtigjarige opoe. Let wel: nooit overmoedig worden. Met z’n kleine banden beschikt een Vespa over een slechts matige wegligging. Onze tip voor wie geen ervaring heeft: huur één Vespa per reiziger! Duorijden is immers vermoeiender en vergt meer rijervaring. Wie achterop zit, ziet bovendien minder. In de prijs is steeds de huur van de helm en een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering inbegrepen. De minimumleeftijd is 18 jaar en een Belgisch rijbewijs is natuurlijk verplicht (maar een motorrijbewijs niet). Benzine dien je extra te betalen.
De Fiat 500 is cult op wielen. Denk aan Sophia Loren en Gina Lollobrigida, dan herbeleef je de tijd waarin de Cinquecento het Italiaanse volk op wielen zette. Het was een goedkope en simpele auto, met een eigen karakter en unieke flair. De eerste versie dateert van 1957 en was toen officieel de kleinste auto ter wereld. ‘Piccola grande’ noemde ingenieur Dante Giacosa zijn 2,97 meter lange en 1,32 meter brede muis. De New Fiat 500 – gelanceerd in 2007 – is 3,55 meter lang, 1,65 meter breed en 1,49 meter hoog. In tegenstelling tot het oermodel zit de motor nu vooraan en is hij ook voorwielaangedreven.
Reizen kan je van begin april tot eind oktober. September, wanneer de druiven op hun best zijn en het kleurenpalet compleet is, is de topmaand. Wij vlogen rechtstreeks van Brussel naar Firenze. De vluchturen waren ideaal. Als huurwagenpartner doet Omnia Travel beroep op Sunny Cars. Hun tarieven zijn scherp, de verhuur altijd zorgeloos all-in.  Kortom: autohuur zonder verrassingen of extraatjes.

Toscane

Spring verstandig om met de stroom, maar ontzeg je niets”, roept ze nog met een knipoog vanachter haar zonnebril, en weg zijn we. Niet zo lang geleden was Sophie D’Haese nog de enige Vlaamse stadsgids in Firenze (nu zijn ze met twee) en de regio. Sinds dit jaar werkt de in Gent geboren Sophie ook samen met ‘On the Road in Chianti’ en begeleidt ze met e-bikes, racebikes of mountainbikes kleine groepjes à la carte door deze fantastische wijnregio, de Chianti. Ze heeft voor ons drie tours van telkens zo’n 60 kilometer uitgestippeld, allen in lusvorm vanuit het charmante Castello di Bibbione in Montefiridolfi en telkens met charmante culinaire stops en bezienswaardigheden onderweg. De eerste ochtend houden we het nog rustig, maar na een voortreffelijke, kraakverse schiacciata-lunch in Bar Alimentari in San Pancrazio, hanteren we een iets forser tempo, niet in het minst omdat we ondertussen bijleren in het optimaliseren van de negen versnellingen met de vier Bosch-powered elektrische ondersteuningen van onze mountain bikes. “En, voelen jullie het in de benen?”, vraagt Sophie ’s avonds op het terras van La Cantinetta del Nonno in San Casciano terwijl de ober een prima flesje sangiovese opentrekt. Als gerodeerde Flandriens schudden we overtuigd van nee. De ‘Colli Fiorentini’-tour was alvast een prima start, wat een heerlijke dag. Nummer twee is een kuitenbijter. De rit werd dan ook toepasselijk ‘Il Diavolo Verde’, de groene duivel, gedoopt. De voormiddag is een string van scherpe cols en bochtige afdalingen. Non-stop tempowisselingen. Gelukkig brengt een voortreffelijke lunch in Trattoria L’Antico Forno ons terug bij positieven, of zou het de ijsgekoelde fles Vernaccia di San Gimignano geweest zijn? Maar de apotheose is gereserveerd voor dag drie. Met de benen in cadans alsof het een rit in de Giro betreft, fietsen we de ‘Chianti Bello’. Na een zonovergoten cappuccino-stop in Greve in Chianti trappen we via fantastische wegen tot ons lunchadres, het terras van Cantinetta Sassolini in Panzano, waar ze een tagliatelle met truffel serveren voor een prijs waar je in België amper twee broodjes kaas voor koopt. Omdat we ondertussen meer dan goed ingefietst zijn, arriveren we vroeger dan voorzien in de abdij van San Michele Arcangelo a Passignano, wat ons extra tijd oplevert om te genieten van een vroegere versie, een tryout zeg maar, van Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci. We doen dat zoals het Benedictijnen betaamt: in devotie.

Wijn als bestemming

Onder de dure aarde van Toscane ligt sinds 2012 een ondergrondse stad van wijn verstopt. Het indrukwekkende complex is eigendom van de familie Antinori en omvat onder meer een museum, een bibliotheek, een pico bello restaurant, een winkel en een opslagruimte voor 2000 vaten die er gekoeld rusten. Marchesi Antinori is een bestemming op zich. Wie Toscane zegt, zegt Antinori. Tien jaar na de eerste plannen en 110 miljoen euro later (twee keer het beoogde budget) pakte de familie uit met het monumentale project, waar men zeven jaar aan bouwde. Het masterplan was dan ook spectaculair, gelardeerd met een vleugje 007 zelfs. Het geheel zou perfect kunnen dienen als het nieuwe MI6-hoofdkwartier voor de volgende James Bondfilm. In de familiale heuvels werden met chirurgische precisie diepe inkepingen gegraven. Daarin werd door architect Mario Casamonti een gebouwencomplex van 60.000 vierkante meter gebouwd. Men liet niet minder dan 400.000 kubieke meter grond afgraven en 3,5 miljoen kilo staal aanrukken voor dit meesterwerk. Dat werd opnieuw bedekt en heraangeplant met jonge ranken. Het resultaat is dat de meeste passanten die hier voorbijrazen alleen een idyllisch wijnlandschap opmerken zonder te beseffen dat er ondergronds immense bedrijvigheid gonst. Een ware stad van wijn en, zoals de pater familias zegt, “onlosmakelijk verstrengeld met de natuur en de terroir van Toscane.”

Een familiaal geschenk aan de wereld

De geschiedenis van de illustere familie Antinori mag samengevat worden als discreet. Alhoewel het bedrijf tegenwoordig zo’n 20 miljoen flessen produceert die zeker niet in het duurdere gamma te zoeken zijn, hebben ze nooit een open deur-politiek gevoerd. Bij Antinori kwam je alleen op invitatie. Maar de 26ste generatie heeft het schip van koers doen veranderen. Met de blik naar morgen. Het gegeven is natuurlijk niet nieuw. Wereldwijd openen bekende huizen wijntempels die hele horden bezoekers moeten lokken. En daarbij wordt vooral gefocust op de nieuwe, gewone wijndrinker. Door hen een blik in de keuken te gunnen, bouw je iets op. Ja, wijntoerisme is populair. Bovendien draait wijnmarketing niet langer om advertenties, maar –vooral- om het overbrengen van een belevenis. Maar er is meer: het wow-complex is ook een eerherstel voor de chianti classico. De familie maakte deze wijnsoort, gebaseerd op de sangiovese-druif, al 600 jaar. Echter was vanaf de jaren ’70 de reputatie tot ongekende laagtes gedaald. Redenen daarvoor waren de liefdeloze massaproductie en de foute verpakking: mandflessen – die men overigens nog steeds aantreft in pizzeria’s van bedenkelijk niveau. Geen perceptie dus, maar pijnlijke realiteit. Grote naam Antinori bewees dat het ook anders kon. Insiders eren godfather Piero dan ook met de bijnaam ‘de redder van de chianti.’ En daar is de wijnwerteld hem vandaag nog steeds dankbaar voor. Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto!

Vespa’s pronto!

Dames en heren, er schuilt een Italiaan in elk van ons. De eerste voormiddag hielden we het nog zeer rustig, maar sinds de dolci freschi met cappuccino  powered by illy- in de historische caffetteria Migliorini te Volterra, gaan we met meer souplesse door de bochten, dringen we ons meer op in het verkeer en sturen we de 125cc Vespa, alias de wesp, vooral met meer sexappeal door heuvel en dal. Come sta? Molto bene! Bestemming van de namiddag is het Vespa-museum in Pontedera. Niet alleen omdat we zelf grote fans zijn -Vespisti heten die hier- maar ook omdat we veronderstellen dat elke reiziger die bewust voor deze vorm van toerisme kiest, toch iets meer wil weten over de tweewieler die hij berijdt. “Ruim een halve eeuw na zijn introductie blijft de Vespa di Piaggio een legende, een mythe die zelfs vandaag de dag nog standhoudt”, staat er te lezen in de inkomhal. Zijn uniciteit is niet zozeer historisch of technisch: in de afgelopen decennia zijn veel veranderingen en vernieuwingen doorgevoerd, maar het basisconcept is onveranderd gebleven. De ware kracht van een Vespa schuilt in het sociale en heeft veel te maken met zijn rol als katalysator van maatschappelijke veranderingen. De Vespa is technisch gezien een industrieel product, maar in de diepere zin een etalage van een veranderende levensstijl. De Vespa verpersoonlijkte dromen. Voor vele Italianen maakte hij de weg vrij om zich bij een modernere wereld te voegen. Na een intens bezoek aan de historische modellen scheuren we in de late namiddag terug het warme asfalt op. Ons volgende doel: gelateria di piazza in San Gimignano, het Manhattan van de middeleeuwen, waar Sergio Dondoli zichzelf etaleert als ’s werelds beste ijsroomdraaier, zijn kunsten bewezen door talrijke diploma’s en massa’s souvenirfoto’s van bekende klanten. We doen geduldig de rij en bestellen tiramisu, coco en notenijs. ’s Werelds beste is overdreven, maar de beste van het dorp zéker!

Eetcultuur met allures

Vanmorgen vroeg zijn we opgewonden als kinderen vertrokken voor een lange rit. Ondanks het schitterende zomerweer zijn fleece en sjaaltje geen overbodige luxe. Het is fris op de Vespa. Boven de zestig kilometer per uur begint de wind immers stevig te snijden. Het aperitief hebben we genoten in het bijna té drukke Castellina in Chianti. De eerste grote stop is restaurant La Bottega in Volpaia, net voorbij Radda in Chianti, hartje wijnregio. Hier, onder de bogen van een kasteel uit de elfde eeuw, zinken we weg in de luwte van de bomen. Wat een menukaart, hier wordt nog gekookt zoals het hoort. Het aparte aan dit restaurant is waarschijnlijk dat er eigenlijk niets speciaals aan is. Alles wordt doodgewoon authentiek bereid naar aloude familierecepten. Cucina contadina: plattelandskeuken. Niets bijzonders op zich dus, maar bijna uniek in een culinair klimaat waar meer en meer chefs alles kapotkoken om een geforceerd, sterrengericht imago te bemachtigen. “Weet je wat de Italiaanse keuken zo populair maakt?”, zegt m’n reisgezel,”Simplisme, vooral geen kunst of kermis op het bord.”

La dolce Vespa

Ook tijdens de namiddagtocht valt ons op hoe hoffelijk de Italiaanse autobestuurder omgaat met een Vespa-rijder. Hier word je niet opgejaagd, niet voorbijgestoken op twee centimeter afstand en krijg je geen claxonconcert als het allemaal niet snel genoeg gaat. Vespa’s verrichten wonderen: ze relaxeren! Bovendien: Italië is een land dat motorengezoem bewondert, voor hen is het hemelse muziek. De schaduwen zijn al lang wanneer we de heuvel richting hotel Fonte dei Medici oprijden. Een dieporanje avondzon begeleidt ons tot het benzinestation waar we voor twintig euro beide scooters volgooien. Zo: eerst een frisse duik in het zwembad, daarna is het weer rijden om te rijden, omdat snorren met een Vespa een vorm van intens geluk is. Zo voelen we ons ’s avonds wanneer we, fris gedoucht en in pure sixties-stijl, met de scooters uit eten gaan. Het meisje achterop, haar handen rond het buikje van de bestuurder, het hoofd uit de wind. Het is de romantiek van de jaren vijftig, toen motoren vrouwen aan het zwijmelen konden brengen. En vroeger was alles beter, zegt de overlevering.

The joy of a toy, from Italy with love

Het is een cliché dat motorrijden je gezichtsveld verruimt, maar wel eentje dat klopt. Je schuift door de wereld, je ziet alles in de breedte want je rijdt ‘in’ het landschap, niet ‘erdoor’. En je ruikt ook alles. Kortom: je beleeft alles veel intenser dan in een wagen. Dag drie gedragen we ons als volleerde seniors (we dragen zelfs categoriek onze nieuwe lederen handschoenen) en rijden we de uitgestippelde tour sneller dan verwacht. Opdracht van de dag: waarheen is minder belangrijk dan hoe. De lat ligt hoog, perfect driving. Dit is het orgelpunt van het cruisen, het ultieme stillen van de honger naar landschappen. Vandaag rijden we pakweg 100 kilometer en de liefde voor de motor wordt groot, ook al zijn we maar gezapige scooterboys. Al vroeg in de voormiddag zingen de Vespa’s aanstekelijk. We genieten, al is het fris en blijven we de koele, mistige ochtenden onderschatten. We like to move it, vreten kilometers, bakken ze nog wat bruiner, geven onze ogen de kost, snuiven de geur van de met cipressen afgezoomde wegen en… verbranden door de permanente zomerse wind. In Gambassi Terme bezoeken we een oude bekende pizzeria, in Certaldo gebruiken we een obligate koffiestop als zonneweide. Dertig graden op een stijlvol terrasje, wat doet een mens dan? ‘s Avonds sluiten we het Vespaluik van de reis smaakvol af. Eerst in ristorante Cinque di Vino, waar de bistecca fiorentina dé specialiteit is, daarna met een ijsje van Osteria del Gelato, alternatief artisanaal ijs op basis van unieke smaakcombinaties. We zien er met onze warrige haren, dunne hippe motorjasjes en de zwarte, strak in de lak zittende en chroomblinkende scooters uit als een gezelschap dat weggereden is uit het Italië van toen. Want voor die sfeer doe je het toch?

Onderweg met de topolino, het muisje

Voor het derde en laatste deel van de reis schakelen we over op vier wielen. De Fiat 500 is meer dan een auto, de ‘Cinquecento’ is een religie, en dus uitermate geschikt voor een tweedaagse roadtrip langs de mooiste wegen en dorpjes. Non c’è problema, geen enkel probleem, is het credo! Mijn reisgenote stuurt de duikbootgrijze Cinquecento met een mix van precisie en Italiaanse flair over de panoramische N438. Maar vooral met liefde, voel ik. Niet te verwonderen dat dit model het zeer goed doet bij vrouwelijke chauffeurs, bedenk ik. Sommigen beweren zelfs dat deze neoretro-Fiat als het ware voor vrouwen ontworpen is. Hoe dan ook: dit is leuk rijden! De landschappen lonken en vliegen aan een gezapig tempo voorbij. De Crete Senesi is een door erosie gekenmerkte landstreek net ten zuidoosten van Siena. Vriend en vijand beschouwen het als een van de mooiste zones van Toscane, het lijkt wel weggeplukt uit een Middeleeuws schilderij. Niet te verwonderen dat Ridley Scott hier de belangrijkste slotscenes uit de kaskraker Gladiator draaide. Het valt ons ook weer op: de landschappen van Zuid-Toscane zijn gemanicuurd, fijner dan die in het noorden. Minder ruw, meer afgelikt. Bijna schreef ik ‘authentieker’, maar dan had ik de oh zo aanbeden rest van Toscane oneer aangedaan. Anders dus. ’s Avonds laten we ons in witte badjassen hullen en dompelen we ons in de thermale zwembaden van het gereputeerde Adler Spa Resort net buiten San Quirico d’Orcia, een vijfsterren wellness annex luxueus vakantiecomplex waar men zowel detoxt als prosecco nipt te midden een nooit vervelend filmdecor.

Badend in zilte zomerzon

De voorlaatste dag trekken we naar het noorden. We starten de Fiat opnieuw, en met plezier. Avanti a tutta forza! Wie Toscane zegt, denkt vooral aan cipressen, glooiende heuvels en charmante dorpjes. Terecht. Maar er is ook een zwoele kuststrook, het Italiaanse Nice en Cannes. Even ten noordwesten van Pisa ligt Viareggio, een bruisende badplaats aan de Ligurische Zee die bekend staat om haar zomers leven. Ooit was dat anders. Tot de achttiende eeuw was het gebied zeer drassig en ongezond. Malaria en andere dodelijke ziektes maakten het leven van de weinige vissers die er zich hadden gevestigd erg moeilijk. Pas toen deze langgerekte zone langs de kustlijn succesvol werd drooggelegd, begon Viareggio te veranderen in een echte stad. Doch, bijna alles werd nietsontziend platgelegd in de Tweede Wereldoorlog. Maar het stadje herpakte zich, en wist het tot de grootste badplaats van Toscane te schoppen. Blikvanger is de bekende passeggiata, een brede boulevard waarlangs niet alleen indrukwekkende hotels en villa’s in onvervalste art-nouveaustijl staan, maar waar zich vooral het dagdagelijkse leven afspeelt. Op de passeggiata flaneert men zich te pletter. Op de terrassen maakt men lawaai genre commedia dell’arte en op het strand wordt gekeurd alsof het een autosalon betreft. Italianen en drama; het is me wat! ’s Avonds leggen we ons hoofd te rusten in de verlaten heuvels, in Relais Corte Rodeschi, een historische villa uit 1710. Hotellier Riccardo Grulli redde het palazzo van het verval en toverde het om tot een prachtig boetiekhotel met elf kamers. ’s Ochtends, terwijl we in de renaissancetuin op wit gesteven tafellinnen en met zilveren koffiekannen rijkelijk ontbijten, fluistert hij ons zijn geheim toe. “Toen ik dit pand enkele jaren geleden spotte, leek het wel alsof het met mij communiceerde”, zegt hij afgemeten, nippend van zijn cappuccino. “Een smeekbede, echt, ik moest dit van de ondergang redden. Kijk naar de originele fresco’s in de hal en de gangen, dat mag je toch niet laten verdwijnen? Die Italiaanse rijkdommen moeten we toch koesteren?” Later dan voorzien, dottore Grulli is een innemend man en goed verteller, bollen we het amper twintig kilometer verderop gelegen Lucca in, door velen voorbijgereden en dus nog steeds een beetje verborgen juweel. Lucca is een mini-Siena: achter de robuuste stadswallen bevindt zich een mengelmoes van kleine straatjes, imposante kerkgevels, oude torens en een amfitheater. Alles dus even wirwar als de concurrentie, maar kleiner.

Italiaanse gastvrijheid met stijl en karakter

De roadtrip afsluiten doen we in (grote) stijl. Villa Le Calvane is een modelvoorbeeld van Italiaanse vijfsterrenluxe, ingeplant hoog op een heuvel, afgeschermd door een indrukwekkende toegangspoort, omzoomd met cipressen, de staff in smetloos zwart-wit uniform. Op het riante terras met uitzicht op de historische ezelpaadjes die naar de Etruskische nederzettingen leiden, bedenken we: we zijn niet getrouwd met Toscane, maar wel verloofd. En dat is nog steeds de klassieke, logische stap na verliefd zijn. Rijping dus. Oké, we drinken geen olijfolie als ontbijt, gaan niet slapen met een zonnebril op ons voorhoofd en combineren geen gekke, om aandacht schreeuwende kleuren. En nee, we houden ook niet van de Italiaanse voetbalgekte, de uitzichtloze bureaucratie of de talrijke stakingen. Maar wat een prachtige regio! Als Italië een bedevaartsoord is, laat Toscane dan de geprefereerde heilige zijn. Arrivederci!