Nieuw-Zeeland verkoopt zichzelf als ultieme puurheid, en dat is niet overdreven. Rondtrekken per kleine motorhome met twee mountainbikes op het achterrek, langs de mooiste hoekjes van het Noorder- en Zuidereiland: dat is een ideale formule om het land slowtravelgewijs te ontdekken. “Kia Ora!” Zo zeggen ze hier “Welkom!”

Tip van Omnia Travel

Nieuw-Zeeland, een land dat garant staat voor diversiteit en avontuur

De wereld in 1 land en vier seizoenen in 1 dag. Voor ieder wat wils! Nieuw-Zeeland zal u blijven verrassen met de zalige wijnen, de uitgestrekte weilanden, de ongerepte natuur en besneeuwde bergtoppen… Ontdek tijdens een 15-daagse trip het Noordereiland. Reis van Auckland naar Wellington en laat u betoveren door al de diversiteit en het avontuur dat Nieuw-Zeeland te bieden heeft.

PRIJS

  • Vanaf 1.990 EUR per persoon in comfort hotels
  • 15-daagse rondreis met huurwagen

PRIJS OMVAT

  • 14 nachten in een dubbele kamer op basis van logies alleen
  • Verblijf in Auckland – Paihia – Paihia – Auckland – Coromandel Peninsula – Rotorua – Waitomo – Tongariro NP – Napier – Wellington
  • 15 dagen huurwagen (Toyota Corolla Sedan (automatic) of gelijkwaardig)
    • Onbeperkt aantal kilometers
    • GO Peace of Mind verzekering
    • GO All Inclusive (toeslag bijkomend bestuurder, 24 uur per dag assistentie, wegenkaart, kost ophaling buiten kantooruren, glas- en bandenschade en gps)

Bovenstaande is een indicatie. Uiteraard werken wij met veel plezier een op maat gemaakte offerte voor u uit.
Prijzen zijn afhankelijk van het ogenblik van de reservatie en onder voorbehoud van beschikbaarheid.

Dit is maar één reis uit de vele mogelijkheden, wenst u graag een ander voorstel

Inschrijvingsformulier Aanbiedingen - Form in Post
Sending

Of boek uw reis naar Nieuw-Zeeland online

Huurauto boeken

Praktisch

Nieuw-Zeeland is een van de meest geïsoleerde landen ter wereld. Het ligt in de Stille Zuidzee, halverwege tussen de evenaar en de zuidpool, en situeert zich 1600 kilometer ten oosten van Australië. Het bestaat uit twee grote en enkele kleinere eilanden. De regio werd ontdekt door de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman. Nieuw-Zeeland is ongeveer even groot als Groot-Brittannië. Auckland is met één miljoen inwoners de grootste stad van het land. De afstand van België dan wel Nederland tot Nieuw-Zeeland bedraagt circa 20.000 kilometer.
Klimaat: Zoals bekend zijn de seizoenen in het zuidelijk halfrond omgekeerd. De gemiddelde temperatuur in Christchurch schommelt rond de zestien graden, met minimale verschillen tussen de seizoenen. Hou er rekening mee dat je sneeuw aantreft in de bergen, dat het water soms met bakken uit de lucht valt in de fjorden en dat het aangenaam warm kan zijn in het noorden rond Abel Tasman Park. Een aanbevolen reisperiode is onze lente en herfst. Alles is dan ook wat goedkoper. December, januari en februari zijn de drukste maanden.
Weetjes: Eten en drinken zijn niet duur, benzine en diesel zijn ronduit goedkoop en alle elementaire producten zijn vlot te verkrijgen. Criminaliteit is quasi onbestaande en het geven van fooien is niet gebruikelijk. Rijden doe je links, het gsm-netwerk is goed uitgebouwd, vele campings bieden wifi en de sfeer is over het algemeen zeer gemoedelijk. Kiwi’s zijn lieve, ongegeneerde en zeer gastvrije mensen.

Nieuw-Zeeland

Hun zeilboten zijn wereldklasse, het nationale rugbyteam de ‘All Blacks’ zijn dé helden van het land. Allebei correct. Maar Nieuw-Zeeland is natuurlijk zoveel meer. Vooral de verbluffende en adembenemende natuurpracht laat sterke indrukken na. Kamperen is in en wie het een ietsje luxueuzer wil, huurt een huis op vier wielen. ‘Glamping’ heet dat: glamorous camping. Het Finse baliemeisje van de verhuurder ( jobstudenten die Frans, Nederlands, Duits of een Scandinavische taal spreken zijn hier zeer gegeerd) geeft met groot enthousiasme een woordje uitleg. “Hoe langer onderweg, hoe kleiner de motorhome aanvoelt”, lacht ze. “Vergeet de gasflessen niet dicht te draaien, let op je hoogte, en gesp vooral elke honderd kilometer je fietsen opnieuw stevig vast. Oh ja, neem je bochten niet alsof je met een personenwagen rijdt, want dan ben je je keuken kwijt.” We krijgen een opgestoken duim. Have fun! There we go. We gooien de Fiat met Duitse opbouw in Drive, kiezen het linkervak en gaan zuidelijk Highway 1 op, richting Orere Point. De Finse juffrouw had gelijk: dit ding rijdt zichzelf. Oké, een Ferrari is het niet, maar dat is ook niet de bedoeling. Reizen met een motorhome dwingt je tot een gezapig tempo en dito programma. ‘Een dag is snel gevuld als je hem niet vol probeert te proppen’, lezen we in het meegeleverde roadbook met aanbevolen fietsroutes. Afstand nemen van de ratrace dus. Moeilijk, want zo gemakkelijk ontsnapt een mens niet aan zichzelf. En toch. We hebben onze reis daarom zeer bewust niet beperkt tot één eiland, maar nemen er ook het (legendarische) Zuidereiland bij. Het Noorden heeft weliswaar genoeg te bieden, en we willen ook fietsen onderweg, maar Nieuw-Zeeland ligt nu eenmaal niet achter de hoek. Dus laten we de lange reistijd renderen door het meteen allemaal te zien. Vandaar het besluit om drie weken rond te trekken. Twee uren later bollen we net voor zonsondergang het terrein van het Top-10 Holiday Park op. Gretig als we zijn om onze tweewielers uit te proberen, halen we meteen de nog als nieuw glanzende high-techfietsen van het rek en trappen we onder een vuurrode hemel tot aan het strand. Daar knikken enkele Maori’s ons vanachter een kleine bbq vriendelijk toe. We zijn net op tijd om de meegebrachte fles sauvignon blanc te kraken.

Lusje Coromandel

De Coromandel Peninsula is een populair watersportgebied met onbedorven zandstranden in de Bay of Plenty, de East Cape en de oostkust. We opteren voor de route in wijzerzin, de meest logische weg om het schiereiland te verkennen. De Coromandel heeft een geschiedenis van goudkoorts. Toen hier in 1852 het gegeerde, geel glinsterende overgangsmetaal met atoomnummer 79 werd gevonden, brak de hel los. Meer dan vijfduizend goudzoekers stortten zich op de regio. Vandaag is de buurt vooral bekend voor haar nationaal park, honderd kilometer lang en centraal gelegen in het binnenland. Net als vrijwel iedereen, stoppen we in de Mussel Kitchen voor een prima lunch: in ons geval een pot mosselen met groene curry, kokosnoot en limoen, met daarbij een homemade microbrewery ale. Daarna rijden we via Kuaotunu tot Hot Water Beach. De pico bello camping blijkt drie kilometer van het strand te liggen, maar dat lossenwe op met onze mountainbikes. We installeren ons voertuig, springen op de fietsen en trekken naar het water. De kiwi’s –de bijnaam voor de Nieuw-Zeelanders- beschikken over een land dat geen gebrek aan ruimte heeft. Ze houden dan ook van het buitenleven, dikwijls met een passie voor sport en avontuur. Het is dan ook druk die vrijdagavond op Hot Water Beach, een strand dat bezaaid is met warmwaterbronnen. De geothermische activiteit duwt de stoom door het zand, zodat bezoekers hun eigen warmwaterbad kunnen graven. En dat doen ze hier massaal. Ervaringsdeskundigen bouwen zelfs zanddammen zodat de temperatuur gereguleerd kan worden.

Pure stinkbommen

Rotorua is letterlijk en figuurlijk het hart van het Noordereiland. Het gebied is synoniem met bubbelende modderpoelen, geisers en pure Maori cultuur. Niet te verwonderen dat deze stad uitgroeide tot een populair toeristisch centrum. Het aanbod bezienswaardigheden is gevarieerd, wij kiezen voor de meest spectaculaire site: Wai-O-Tapu Thermal Wonderland, ook wel het Yellowstone van Nieuw-Zeeland genoemd. Het geklasseerde park beslaat zo’n achttien vierkante kilometer, waarvan slechts een klein gedeelte open is voor toerisme. De eerste vulkanische activiteiten gaan zo’n 150.000 jaar terug in de geschiedenis. Het domein is een beschermd reservaat en het grootste thermisch actieve gebied van de Taupo-regio. De eerste aanblik is verbluffend: stokoude kraters, koude en kokende poelen van water, modder en stoomwolken, afgekruid met fluorescerende kleuren. Dit is de speeltuin van Satan. Het park bezoeken is dan ook niet zonder gevaar. Er werd een afgebakend wandelparcours van vijf kilometer uitgestippeld en het is niet toegestaan het pad te verlaten of steentjes te gooien. De waterafvoer in het gebied loopt via de lokale Wai-O-Tapu-stroom. Vanwege de hoge concentratie chemische verbindingen kunnen er geen vissen in leven. De belangrijkste kraters hebben ondertussen een naam gekregen: Huis van de duivel, Regenboogkrater, Inktpot van de duivel, Schilderspalet, en ga zo maar door.

Architectuur en rozenvelden

Ondertussen hanteren we elke dag hetzelfde systeem: de camper ergens rustig parkeren en met de fiets op verkenning trekken. De zon staat laag wanneer we de Government Gardens in het centrum van Rotorua binnentrappen. Het mooie park met zijn talrijke croquetvelden en bowlinggazons ligt er verlaten bij. Het Bath House – een statig optrekje in Tudor-stijl, nu een museum – baadt in het goudgele avondlicht. Omdat het nog warm is, en mooi, en al laat, besluiten we vanavond vrij te kamperen. We zoeken een rustig plekje aan het meer buiten de stad, klappen de stoeltjes en het tafeltje open en zien de zon zakken in het water. Nooit gedacht dat een kampeerwagen mij zo’n gelukzalig gevoel zou opleveren.

Art deco in overvloed

De Thermal Explorer Highway is een mooie, langgerekte panoramische route die ook Taupo met Napier verbindt. De motorhome snort aan een gezapig tempo. De verwondering slaat weer intens toe: wat een land naar m’n hart! We zijn vanmorgen wat later vertrokken. So what? Lang geslapen, laat ontbeten, water moeten tanken; maar dat is allemaal geen probleem met een motorhome: er zijn geen restauranturen, dit is vrijheid op wielen. Bovendien doet Nieuw-Zeeland er alles aan om het de motorhomereizigers naar hun zin te maken en dat maakt het een der beste camper-vakantielanden ter wereld. Niet alleen omdat vrij kamperen er toegelaten is, maar ook omwille van de talrijke voorzieningen – zoals grotere parkeerplaatsen – en het veelzijdigehuuraanbod van zeer goed uitgeruste voertuigen. Campingplaatsen zijn er in overvloed en zeer dikwijls mooi gelegen. Ook belangrijk: de andere autobestuurders tolereren de tragere campers met een glimlach. Tot nu toe hoorden we niet één claxonstoot. Voor het tweede deel van deze reis karren we richting Hawke’s Bay, de laatste jaren uitgegroeid tot een prominente wijnstreek. Doel van vandaag is Napier, een nostalgisch kustdorp vol art deco-gebouwen, opgetrokken nadat een aardbeving van 7,9 op de schaal van Richter de stad in 1931 platlegde. Napier heeft uitstraling en bulkt van karakter. Het is een levend monument, want er zijn maar weinig plaatsen ter wereld waar je zoveel pastelkleurige art deco-optrekjes in goede staat kan bewonderen. We parkeren op het einde van Hastings Street – toch handig dat hier speciale camperplaatsen voorzien worden – en trekken fietsend door de wijk. De Daily Telegraph Building, het Criterion Hotel, de A&B Building: de collectie is rijk en opmerkelijk goed onderhouden.

Lord of the Rings als magneet

De wereldwijde aandacht voor de ‘Lord of the Rings’-filmtrilogie –om het woord hype niet te gebruiken- heeft er mee toe bijgedragen dat Nieuw-Zeeland zich volgens toonaangevende reisgidsen voor de derde keer op rij dé reisbestemming van het jaar mag noemen. De redenen zijn bekend: het zeer gevarieerde landschap lokt producenten en regisseurs uit alle windstreken. Ook wij kunnen niet weerstaan aan de verlokking en lassen een kleine filmstop in. In de glooiende velden van de Hinuera-vallei ten zuidoosten van Matamata werden de scènes van Hobbiton en de Shire gefilmd. Daarna gaat het richting Lake Taupo, waar we kiezen voor de panoramische Highway 47. Langs de bergen van het centraal plateau rijden we tot het Tongariro National Park, een gebied van 7600 vierkante kilometer waar drie actieve vulkanen de wacht houden. Het was het eerste park ter wereld dat vanwege zijn natuurlijke en culturele waarde in 1993 integraal op de Unesco-lijst van Werelderfgoed werd geplaatst. In Whakapapa Village parkeren we in de schaduw van het roemrijke Bayview Chateau Hotel uit 1929, hijsen ons in fietskledij en vatten de zes kilometer lange klim naar het hogerop gelegen skigebied aan. Dat valt tegen. Dit is een col die zo in een wielerklassieker zou kunnen. En wij zijn niet-getrainde reizigers die uitsluitend recreatief fietsen. Maar we laten ons niet kennen, en gaan diep, komen onszelf tegen zoals dat heet. We gooien onze gitzwarte mountainbikes in de laagste versnelling en beginnen met de moed der wanhoop aan de laatste bocht. Sturm und drang! “Zouden we sneller gaan als we stappen?”, vraagt m’n medereiziger cynisch. Veel zal het niet schelen. Het decor wordt bijna surrealistisch, doodgaan naast een vulkaan. Oef, we zijn er! Rust. Drankje. Bijna letterlijk omvergeblazen door puur natuur en verbrand door zon en wind, zijn we een uur later terug aan de camper. Wolken trekken zich samen rond Mount Ruapehu, een douche lonkt. En het eten zal smaken!

Duizend tinten groen

Alhoewel Nieuw-Zeeland geografisch een relatief jong gebied is (wat is 230 miljoen jaar als je bedenkt dat de aarde 4,7 miljard jaar geleden ontstaan is?), zouden bepaalde rotsen niet langer dan 30 miljoen jaar geleden gevormd zijn, amper 70 miljoen jaar nadat de landmassa zich boven water gehesen heeft. In zo’n decor bevinden we ons nu. We rijden over de ‘Forgotten World Highway’, een soort invalsweg naar het hol van Pluto die Taumarunui verbindt met Stratford, aan de voet van het Egmont National Park. Exact 148 kilometer lang, memorabel om te rijden. Op de wegenkaarten vind je ‘m terug als State Highway 43, maar dat is veel eer voor een bij momenten onverharde weg die zich door de jungle sleurt in een caleidoscoop van groen. Hoogtepunt van deze onwaarschijnlijk pittoreske route is de Moki-tunnel, een gat in een rots afgewerkt met houten planken zonder verlichting. Bijnaam: Hobbit’s Hole. We moeten al onze stuurmanskunst aanwenden om onze camper veilig door het hol te loodsen, want de speling is beperkt. We picknicken onderweg, kiezen laatnamiddag Surf Highway 45 in westelijke richting en rijden in Oakura een kleine strandcamping op, want we hebben stroom en proper water nodig. Bij zonsondergang drinken we een wijntje op het witte zand, daarna grillen we een stukje vlees op de publieke bbq. Dat Nieuw-Zeeland jaar na jaar die top drie van beste bestemmingen ter wereld haalt: wij geloven dat graag.

Zigzaggend door het zuidereiland

Vanochtend hebben we met de Interislander-veerdienst de Cook Strait overgestoken, waar de Tasmanzee en de Grote Oceaan op elkaar stoten. Alleen de route zelf is de oversteek al dubbel en dik waard, omdat het laatste deel dwars door de Marlborough Sounds gaat, een ongerept natuurgebied bestaande uit een wirwar van eilanden, schiereilanden en fjorden. En nu genieten we van een exquise lunch in het roemrijke wijnhuis Cloudy Bay, zeer waarschijnlijk de meest gehypete sauvignon blanc van Nieuw-Zeeland. Hoe dieper we in het Zuidereiland doordringen, hoe spectaculairder het wordt. Kaikoura bijvoorbeeld, een vissershaven tweehonderd kilometer ten noorden van Christchurch, wordt als ’s werelds beste locatie voor walvistoerisme beschouwd. En de kans er een sperm whale (potvis) in levenden lijve goeiedag te kunnen zeggen, is groot. Zeer groot. De volgende dagen doorkruisen we ‘Klein-Zwitserland’ om daarna via Highway 6 de ruige westkust van het eiland te bereiken. We zijn vooral onder de indruk van het jonge gebergte en de zandbanken in de Buller-rivier, die we bijna een halve dag gevolgd hebben. Maar de hoofdschotel is de opwindende kustweg zelf. We hebben het getroffen: vandaag is de Tasmanzee opmerkelijk woelig. Bijzonder onstuimig wordt het rond de Pancake Rocks, die als enorme stapels pannenkoeken uit de zee oprijzen. Wie zich te dicht waagt, riskeert een nat pak.

De kiwi-Alpen

De ‘Southern Alps’ komen in het vizier. Dit is de ruigste hoek van Nieuw-Zeeland, met twee gletsjer als kers op de taart. Franz-Josef is de grootste, maar de twintig kilometer zuidelijker Fox-gletsjer is mooier en je kan er ook dichter bij. Deze buurt behoort tot het Westland National Park, een regio die zich van de stranden aan de Tasmanzee tot de oostelijke bergtoppen van de Zuideralpen uitstrekt. In de volksmond spreekt men van ‘het eeuwige ijs’, waar de wolken meestal laag hangen. De Fox-gletsjer toont zich aan het publiek met een door puin bedekte brede monding waarboven als een slang de blauwe pakken ijs opgestapeld liggen. Beneden is het een pure woestenij van rotsen en steenblokken, waardoor stroompjes van smeltwater tomeloos hun weg zoeken.

God’s Own Country

Het afscheid van de ijsmassa’s en sneeuwbedekte toppen is langgerekt. Steeds weer steken we riviertjes met schuimend smeltwater over als we koers zetten naar de Haast-pas. Het regenwoud langs de kustweg is diepgroen en mooi. Twee dagen later begeven we ons fietsend naar het toeristische centrum van het land: Queenstown, dat zichzelf uitriep tot adrenaline-hoofdstad van de wereld. We springen op de TSS Earnslaw, een antieke maar perfect functionerende stoomboot uit 1912 die bedaarde rondvaarten op het Wakatipu-meer maakt. Pas wanneer we de meest populaire attractie van de stad opzoeken, toont Queenstown zijn ware gelaat. De kloof van de Kawarau-rivier, meer bepaald de Suspension Bridge, is waar Henry Van Asch de bezoekers uitnodigt tot een salto mortale van 43 meter naar beneden. Deze man etaleert zich als de uitvinder van het ‘bungee-jumpen’ en voor vijftig euro mag je je, beveiligd door dikke rubberen lijnen, naar beneden storten.

De succulente Sounds

Geef ons dan maar Doubtful Sound. Wie deze Sound niet gezien heeft, heeft Nieuw-Zeeland niet gezien. Vanuit Arrowtown zijn we vroeg vertrokken voor de twee uur durende rit naar ‘Pearl Harbour’ (!) in Manapouri, vertrekplaats van een tweedaagse minicruise over Doubtful Sound. De Sounds zijn wereldklasse en daarom zijn er jaarlijks evenveel kiwi’s (de bijnaam van de Nieuw-Zeelanders) als internationale bezoekers. Zo’n reputatie waarmaken is niet gemakkelijk en we hebben dan ook hoge verwachtingen als we inschepen aan boord van de Navigator, een vaartuig met het uitzicht van een piratenschip en goed voor zestig gasten. De wolken hangen dreigend laag, maar de panorama’s van de veertig kilometer lange fjord met verdoken baaien zijn werkelijk uniek. Ondanks het gure weer schaart bijna iedereen zich op het bovendek. We kijken naar de steile bergen, de kea’s en de kolonnes vogels die in de spleten van de rotsen broeden. Als de schipper er ons attent op maakt dat er dolfijnen met het schip meezwemmen en zich net voor de boeg van het schip ophouden, kan de dag niet meer stuk.

Let’s fly, let’s fly away

Van Manapouri naar Mount Cook National Park langs Cromwell, Omarama en Twizel: goed voor 425 kilometer. Andermaal wordt ons duidelijk over welke unieke planten- en dierenrijkdom dit eiland beschikt. We rijden langs reuzenvarens, steppes en halve woestijnen. Het ene moment staat de zon hoog boven de hemel, een half uur later krijgen we hagelbollen zo groot als knikkers over ons heen. Hoe noordelijker we vorderen, hoe dramatischer het weer wordt. We rijden moederziel alleen over kronkelende wegen. Nu en dan kruisen we een pick-uptruck of een lijnbus. Voor de rest is het de natuur en wij. Ten noorden van Twizel (een kruispunt met twee benzinepompen en een snackbar) overschouwen we een onweer in het Ben Ohau-gebergte. Door de smalle lichtstrook op de bergtoppen zien we de bliksem in alle richtingen schieten. Wanneer we het bergstation Mount Cook Village binnenrijden, valt langzaam de avond. Morning, Sir! De voorspellingen zijn correct en iets voor tien staan we in het kantoor van het helikopterbedrijf. De piloot bevestigt dat er zeker gevlogen wordt. Waarom ze alleen met een heldere hemel willen vliegen, ondervinden we iets voor het middaguur – dan maakt de heli een tussenlanding op een bergpiek in de volle sneeuw. Deze gletsjerlanding is de blikvanger van de excursie, maar ze is alleen mogelijk onder perfecte weersomstandigheden – omdat er puur op het zicht gevlogen wordt. Omwille van de veiligheid blijft de rotor draaien terwijl wij tien minuten foto’s maken en sneeuwballen gooien met de piloot. Na een ommetje rond de 3756 meter hoge piek van Mount, staan we 45 minuten later weer op de grond. Wow.
In de groene buitenwijken van Christchurch brengen we de laatste nacht door. Over de wijn hoeven we niet lang na te denken: Pegasus Bay pinot noir, dezelfde fles waarmee het allemaal begon. Ergens een punt achter zetten: dat doe je tenslotte in stijl!